Een omgevingsvergunning voor de activiteit, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, wordt alleen verleend als:
op de locatie waar de bouwactiviteit plaatsvindt geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging als bedoeld in de Wet bodembescherming; of
als er wel sprake is van een geval van ernstige verontreiniging: als het aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregel als bedoeld in artikel 3.15, tweede lid, wordt getroffen.
HOOFDSTUK 3 › § 3.2.2
Artikel 3.16
(specifieke beoordelingsregel)
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Oegstgeest