Naar hoofdinhoud
Gedragsaanwijzing als tussenvorm De burgemeester heeft twee opties bij de aanpak van woonoverlast. Ten eerste kan de burgemeester een overlastgever een waarschuwing geven en ten tweede kan deze de woning van de overlastgever (tijdelijk) sluiten. Omdat een waarschuwing vaak nauwelijks effect heeft en een woningsluiting in de praktijk vaak niet haalbaar is (proportionaliteit en subsidiariteit) bestaat behoefte aan een tussenvorm: de zogeheten bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing. Per 1 juli 2017 is de Wet Aanpak Woonoverlast in werking getreden en is artikel 151d van de Gemeentewet ingevoerd. Dit artikel biedt de gemeenteraad een aanvullend instrument in de aanpak van woonoverlast. Artikel 151d van de Gemeentewet bepaalt dat de gemeenteraad in een verordening (in dit geval de APV) aan de burgemeester de bevoegdheid kan toekennen. Hiermee kan de burgemeester gedragsaanwijzigingen geven aan veroorzakers van langdurige en ernstige woonoverlast. Met deze bevoegdheid kan door de burgemeester bestuursrechtelijk worden opgetreden als ernstige en herhaaldelijke hinder wordt veroorzaakt voor omwonenden in of vanuit een woning of onmiddellijke nabijheid van de woning. De Wet aanpak woonoverlast is vervolgens per 1 januari 2021 gewijzigd. Met deze wijziging kan de burgemeester direct de verhuurder aanspreken bij overlastgevend gedrag van de huurders. Wanneer de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester een gedragsaanwijzing opleggen aan de verhuurder. In deze beleidsregels wet aanpak woonoverlast gemeente Gorinchem staat de rol van de burgemeester beschreven. Ook worden de kaders geschetst van de bevoegdheid die de burgemeester heeft op grond van artikel 151d van de Gemeentewet en artikel 2:79 van de APV.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel