Naar hoofdinhoud
Om de ondersteuningsbehoefte vast te stellen vindt een gesprek plaats tussen het college en de cliënt. Ter voorbereiding op het gesprek verzamelt het college alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie. Het college onderzoekt naar aanleiding van de melding waar de behoefte en ondersteuning van de cliënt uit bestaat. De cliënt verschaft alle gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Indien de cliënt en de ondersteuningsvraag genoegzaam bekend zijn kan het college, in afwijking van het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een onderzoek. Het college bespreekt met de cliënt na de melding zo spoedig mogelijk, met inachtneming van diens persoonlijk plan indien aanwezig, de volgende onderwerpen in samenhang met elkaar: de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren en het probleem of de hulpvraag van de cliënt; het gewenste resultaat/doel van het verzoek om maatschappelijke ondersteuning; de mogelijkheden van de cliënt om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te behouden of te verbeteren; de mogelijkheden van de cliënt om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; de mogelijkheden van de cliënt om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijke nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie; de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen, de sociale omgeving, vrijwilligers, vrijwilligersorganisaties, instanties en het sociaal netwerk van een persoon of door samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijke afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie; de mogelijkheid om een maatwerkvoorziening te verstrekken indien uit het onderzoek vast komt te staan dat cliënt niet de mogelijkheid heeft zijn zelfredzaamheid of participatie te behouden of te verbeteren op de wijze zoals bedoeld onder c, d, e en f; informatie over bijdragen in de kosten die de cliënt verschuldigd zal zijn, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college de cliënt, zijn mantelzorger of bij gebruikelijke hulp zijn huisgenoten oproepen voor een gesprek of een onderzoek door een daartoe aangewezen deskundige. Als dit nodig is voor het onderzoek, kan het college een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel