Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2:

Artikel 26:

Giften voor bijzondere kosten

Onderdeel van Beleidsregel Participatiewet/IOAW/IOAZ Midden-Groningen 2022

Giften van instellingen en personen worden niet als middelen voor de bijstand aangemerkt voor zover deze worden verstrekt voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verstrekt had kunnen worden. Giften van instellingen en personen worden niet als middelen voor de bijstand aangemerkt voor zover deze worden verstrekt voor noodzakelijke kosten dan wel uit medisch oogpunt wenselijke kosten. Dit voor zover de levensstandaard hierdoor niet wordt verhoogd. Giften van instellingen en personen worden niet als middelen voor de bijstand aangemerkt voor zover deze worden verstrekt voor opwek van hernieuwbare energie die niet met de eigen energierekening kan worden verrekend, zolang de inkomsten niet hoger zijn dan de gebruikelijke energiekosten van het huishouden conform Nibudnormen. Giften van werkgevers ten behoeve van werknemers worden niet in aanmerking genomen als middel voor de bijstand, voor zover en in zoverre deze onbelast zijn. Giften in de vorm van verstrekkingen van de voedselbank, kledingbank, speelgoedbank, stichting Leergeld, Jeugdsportfonds, Jeugdcultuurfonds, kerken en dergelijke charitatieve instellingen worden niet als middel beschouwd. Voor giften bedoeld in het vierde lid geldt geen meldingsplicht, voor giften genoemd in het eerste lid tot en met het derde lid geldt wel een meldingsplicht. De giften als bedoeld in de voorafgaande leden tellen niet mee voor de maximale bedragen als bedoeld in de artikelen 27, 28, 29 en 30 van deze beleidsregel.

Rechtspraak bij dit artikel