Giften in natura die een geringe waarde vertegenwoordigen worden niet tot de middelen gerekend en hoeven niet door de uitkeringsgerechtigde gemeld te worden voor zover de waarde niet meer is dan € 500.
Indien sprake is van meerdere giften in natura in een aaneengesloten periode van twaalf maanden, waarvan de totale waarde hoger is dan € 500 moet dit wel worden gemeld door de uitkeringsgerechtigde.
Is de waarde van een gift in natura hoger dan het onder het eerste lid genoemd bedrag of is de waarde van de giften in een aaneengesloten periode van twaalf maanden hoger dan dit bedrag, wordt het meerdere aangemerkt als vermogen. Hierdoor wordt het nog vrij te laten vermogen aangepast.
De vermogensaanpassing blijft achterwege voor zover dit uit oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is zoals bijvoorbeeld in geval een gift in natura wordt gedaan in de vorm van medisch hulpmiddel dat noodzakelijk is voor het functioneren van belanghebbende (of één van zijn gezinsleden) of als sprake is van normaal gebruikelijke duurzame gebruiksartikelen.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2:
Artikel 27:
Giften in natura
Onderdeel van Beleidsregel Participatiewet/IOAW/IOAZ Midden-Groningen 2022