Bepaalde stoornissen van cliënten met bijvoorbeeld een verstandelijk beperking (hyperactiviteit en moeilijkheden in het doseren van omgevingsprikkels), kunnen aanleiding geven tot problemen bij het verblijf in de woning. Deze problemen kunnen worden opgevangen door in de woning een uitraaskamer te realiseren. De voorwaarden (aangewezen zijn op) voor het verstrekken van een uitraaskamer zijn:
de cliënt beschadigt of zal zichzelf beschadigen (zelfverwonding),
de cliënt beschadigt of zal de omgeving beschadigen (vernielzucht),
er is sprake van ernstig ontremd gedrag (gedragsstoornis).
Individueel gericht
De uitraaskamer is bedoeld om de cliënt, die bovenstaande problemen ondervindt tegen zichzelf te beschermen. Immers een maatwerkvoorziening is in overwegende mate individueel gericht (art. 4.3 eerste lid aanhef en onder c van de Verordening). Ook worden de ouders/verzorgers hierdoor in staat gesteld beter toezicht uit te oefenen. Daarbij gaat het er om dat de uitraaskamer alleen het belang van de cliënt dient. Gaat het bij de gevolgen van de gedragsproblemen niet om de belangen van de cliënt, maar om die van anderen, bijvoorbeeld doordat zij bestaan uit hinder voor hen, dan is er geen sprake van een uitraasruimte.
Doel uitraasruimte
Het doel van de uitraaskamer is het tot rust kunnen komen van de cliënt. Daarom moet de ruimte prikkelarm en veilig zijn. Ook kan de uitraasruimte uitgerust worden met voorzieningen die toezicht door de ouders mogelijk maken. Uit het medisch advies (door een arts) moet blijken of de cliënt is aangewezen op een uitraasruimte én de eisen waaraan die ruimte moet voldoen. Mogelijk dat het college ook kan volstaan met een aanpassing van een bestaande ruimte, bijvoorbeeld de slaapkamer van de cliënt.
Hoofdstuk 10
Artikel 10.7
Uitraasruimte
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2022