Er zijn verschillende soorten rolstoelen te onderscheiden:
handbewogen rolstoelen;
elektrische rolstoelen;
kinderrolstoelen;
stoelen op wielen.
10.8.1 Handbewogen rolstoelen
Bij de handbewogen rolstoelen is een onderscheid mogelijk tussen zelfbewegers en duwrolstoelen. Voor zelfbewegers is een goede arm- en handfunctie van de cliënt noodzakelijk en een redelijk uithoudingsvermogen. Zelfbewegers hebben kleine wielen voor en grote wielen met hoepels achter. Voor degene die slechts in één hand of arm een sterke functie hebben zijn rolstoelen ontwikkeld die aan één kant voortbewogen kunnen worden. Duwrolstoelen hebben over het algemeen vier kleine wielen.
10.8.2 Elektrische rolstoelen
Bij elektrische rolstoelen kan het gaan om rolstoelen met zogenaamde joystick-besturing, computergestuurde rolstoelen, sta-rolstoelen of plateaurolstoelen. Onderscheid kan worden gemaakt tussen:
elektrische rolstoelen voor binnenshuis: compact, wendbaar, kleine wielen;
elektrische rolstoelen voor buitenshuis: groot, grote actieradius, stabiel, grote wielen. Onder omstandigheden kan deze rolstoel in aanmerking komen als vervoersvoorziening en kan een korting gelden op de financiële tegemoetkoming voor vervoer;
rolstoel voor zowel binnens- als buitenshuis: een combinatie van kenmerken van de binnen- en buitenrolstoelen. De verstrekking is afhankelijk van de afmetingen van de woning, rijvaardigheid van de cliënt en het gebruiksgebied.
10.8.3 Kinderrolstoelen
Voor kinderen spelen andere behoeftes ook een belangrijke rol, te weten: veiligheid, nabijheid moeder/vader, beweging, ontdekken van en deelname aan alle facetten van het gezinsgebeuren en daarbuiten. De rolstoel moet makkelijk mee te nemen zijn voor gebruik binnenshuis. Verder moeten de kinderrolstoel zeer wendbaar zijn en tegen een stootje kunnen. Aan lichtgehandicapte kinderen, die nog niet aan een rolstoel toe zijn kan een aangepaste buggy verstrekt worden. Aangezien deze buggy's relatief weinig ondersteuning bieden, zijn ze bedoeld voor kinderen met een redelijke spierfunctie. Een aangepaste buggy wordt voor een kind in de leeftijd tot en met drie jaar niet als algemeen gebruikelijk beschouwd en wordt afhankelijk van de aard van de beperking verstrekt.
Bij kinderrolstoelen is een aantal aspecten van bijzonder belang:
Een aantal voorzieningen wordt in principe standaard aangebracht: anti-kiepwieltjes, duwhandvatten (verstelbaar in hoogte) en spaakbeschermers.
Belangrijk is dat de groei van de rolstoelgebruiker kan worden opgevangen door het rolstoelsysteem. Dit kan door rolstoelsystemen met de volgende nastelbare onderdelen: zitbreedte, zitdiepte, beenlengte, zit-, rug- en armhoogte. Bij levering van rolstoelen aan kinderen wordt hiermee rekening gehouden.
Vanuit therapeutisch oogpunt kan het belangrijk zijn dat kinderen niet de hele dag in een rolstoel zitten maar van tijd tot tijd rechtop kunnen staan en zich staand kunnen voortbewegen. Het zitgedeelte valt onder de Wmo. Vanwege het therapeutische doel van het sta-gedeelte komt dit niet voor vergoeding in het kader van de Wmo in aanmerking, eventueel wel voor vergoeding vanuit de Zvw. In voorkomende gevallen neemt de gemeente contact op met de betreffende zorgverzekeraar om de mogelijkheid van een gezamenlijke financiering te bespreken.
10.8.4 Stoelen op wielen
Deze stoelen worden ook wel werkstoel of trippelstoel genoemd. Deze stoelen vallen in principe niet onder de ondersteuningsplicht van het college, aangezien het primair gaat om een combinatie van een sta-, zit- en loopvoorziening en niet om een verplaatsingsvoorziening. De cliënt verplaatst zich namelijk zonder hulpmiddelen, bijvoorbeeld door met zijn voeten af te zetten (trippelen). Een trippelstoel valt onder de Zvw. Ook een aangepaste kinderstoel met bijvoorbeeld een zitkuipje en verplaatsbaar middels kleine wielen kan hieronder vallen. Er wordt enkel tot verstrekking overgegaan als een dergelijke stoel als goedkoopst passende bijdrage kan worden aangemerkt.
10.8.5 Aanpassingen aan rolstoelen
Aanpassingen zijn noodzakelijke maatwerkvoorzieningen om de rolstoel een adequate voorziening te laten zijn. Rolstoelen zijn in diverse maatvoeringen leverbaar. Toch zijn dan nog vaak individuele aanpassingen nodig. Een deel hiervan kan gerealiseerd worden door standaardcomponenten aan de rolstoel toe te voegen. Een ander deel moet individueel en op maat gemaakt worden.
Deze aanpassingen vinden plaats bij handbewogen, duw en elektrische rolstoelen, voor zowel kinderen als volwassenen.
Een onderscheid in aanpassingen is:
Zit-, rug- en ondersteuningsdelen.
Dit is in het bijzonder van belang voor cliënten die de hele dag of een groot deel van de dag in een rolstoel zitten. Het kan dan gaan om zit-orthesen (op maat gemaakte zitkuip, op een onderstel kunnen meerdere maten van kuipen geplaatst worden), rugsteunen, fixatiegordels, kantel- en zithoekverstellingen, speciale arm-, hoofd- en beenondersteuningen, anti-decubituskussens, werkbladen voor ondersteuning of activiteiten aan de rolstoel.
Rijgedeelte.
Het gaat hierbij onder andere om verzwaring van het frame, aandrijving van de wielen en eventueel motoren, rubber hoepelovertrekken of hoepels met extra tussenruimte, kogelkoppen of staafjes bij handbewogen rolstoelen om een goede greep mogelijk te maken.
Bediening en/of besturing.
Te denken valt aan het mogelijk maken van besturing door middel van voet, mond of kin.
10.8.6 Rolstoelaccessoires
Accessoires zijn extra’s die, in tegenstelling tot aanpassingen, in principe niet noodzakelijk zijn om de rolstoel op zich een adequate voorziening te laten zijn. Hiertoe behoren: rolstoelhandschoenen, regenpakken, bagagetas of boodschappennet dat aan de rolstoel bevestigd kan worden, been- en voetenzak, winterbekleding, asbak, overtrekhoezen om de rolstoel tegen neerslag te beschermen, spaakbeschermers en zonneschermen voor buggy’s en wandelwagens.
Voorwaarden
Rolstoelaccessoires vallen onder de ondersteuningsplicht van het college voor zover deze noodzakelijk zijn voor dagelijks gebruik van de rolstoel. Het kan dan gaan om bijvoorbeeld: een been- en voetenzak, winterbekleding, spaakbeschermers, of een zonnescherm wanneer er sprake is van allergie.
Aard van de verstrekking
Bij een maatwerkvoorziening in natura worden noodzakelijke rolstoelaccessoires verstrekt door de aanbieder (leverancier). De kosten komen direct voor rekening van de gemeente. Cliënten zijn geen eigen bijdrage verschuldigd voor rolstoelaccessoires. Indien de cliënt zelf accessoires aanschaft voor de in bruikleen ontvangen maatwerkvoorziening, dan moeten deze accessoires geplaatst en verwijderd kunnen worden zonder de maatwerkvoorziening te beschadigen.
10.8.7 Kosten rolstoeltraining
Net als bij een scootmobiel kunnen, als het onduidelijk is of de cliënt wel gebruik kan maken van een rolstoel, rijvaardigheidslessen (gewenning) noodzakelijk zijn. Een ergotherapeut kan beoordelen of de cliënt kan leren om gebruik te maken van de rolstoel (of scootmobiel). In andere gevallen wordt ervan uitgegaan dat een korte instructie van de rolstoelleverancier voldoende is en bij de prijs is inbegrepen.
Hoofdstuk 10
Artikel 10.8
Rolstoelen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2022