In de wet staat voorop dat door het college allereerst wordt bezien of en in hoeverre iemand zelf dan wel met gebruikelijke hulp in staat is zijn problemen (beperkingen) op te lossen of te verminderen. In onze samenleving wordt het normaal geacht dat de echtgenoot, geregistreerde partner, zij die een gezamenlijke huishouding voeren, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten waar nodig en mogelijk hun rol nemen binnen de leefeenheid (het huishouden), zeker daar waar er sprake is van een huisgenoot met een beperkte zelfredzaamheid. Gebruikelijke hulp vloeit rechtstreeks voort uit de sociale relatie, waarin het voeren van een gemeenschappelijk huishouden een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van dat huishouden met zich brengt. Gebruikelijke hulp is dan ook de normale, dagelijkse hulp die de hiervoor genoemde huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden. In dit hoofdstuk wordt verder de term partner gebruikt. Daarmee wordt bedoeld: echtgenoot, geregistreerde partner of zij die een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 1.1.2 van de wet.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Beleidsuitgangspunten
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2022