Artikel 4.2 van de Verordening
Objectief wegingskader
Het is wenselijk om een objectief afwegingskader vast te stellen wat betreft de afbakening en inzet van gebruikelijke hulp om te voorkomen dat in voorkomende gevallen sprake is van toeval of van willekeur.
Onderzoek
Uitgaande van de ondersteuningsvraag worden tijdens het onderzoek de problemen geïnventariseerd die de cliënt heeft in zijn zelfredzaamheid en/of participatie. Op basis van die inventarisatie beoordeelt het college welke ondersteuning nodig is (zie Hoofdstuk 2 Procedure van deze beleidsregels). Pas dan kan op juiste wijze worden vastgesteld of gebruikelijke hulp mag worden verwacht van huisgenoten (bijv. CRVB:2018:3243 en CRVB:2018:3108).
Verordening
De Verordening bepaalt dat het college bij het afwegingskader in ieder geval rekening houdt met:
De aard en omvang van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt.
De aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de cliënt.
De leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen.
De leerbaarheid van de cliënt en/of de personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd.
Dat is nader uitgewerkt in 4.4 Algemeen aanvaardbare opvattingen en 4.5 In redelijkheid te verwachten van huisgenoten in dit hoofdstuk.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Objectief afwegingskader
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2022