1.. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling door een daartoe strekkend besluit van het uittredende college van burgemeester en wethouders.

2.. Uittreding kan slecht plaatsvinden met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste twaalf maanden.

3.. Het algemeen bestuur regelt de financiële en overige gevolgen van de uittreding.