Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2.25

Intrekken vergunning

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Maastricht

Onverminderd artikel 1.6 kan de vergunning worden ingetrokken indien: de houder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; wordt gehandeld in strijd met het in artikel 2.21, vierde lid bedoelde verbod; de inrichting krachtens een verleende of te verlenen bouwvergunning is of wordt gewijzigd en waarbij de totale oppervlakte van de inrichting wordt vergroot; sprake is van het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; zich in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven der vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid; naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door het laten voortbestaan van de vergunning; er aanwijzingen zijn dat in de horeca-inrichting personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel