De vergunning vervalt wanneer:
de vergunninghouder de exploitatie feitelijk heeft beëindigd;
de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden;
sinds de verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
er een wijziging heeft plaatsgevonden in de op de vergunning vermelde natuurlijke personen die gezamenlijk als houder worden aangemerkt; of
de inrichting zonder toestemming als bedoeld in artikel 2.19, zevende lid, naar een andere locatie wordt verplaatst.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2.26
Vervallen vergunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Maastricht