Het college bepaalt of er sprake is van algemene of voorliggende voorzieningen die het probleem kunnen oplossen;
Pool van voorzieningen; betreft het een voorziening waarvan een pool in de nabije omgeving van de inwoner aanwezig is, dan wordt het gebruik van deze voorziening als voorliggend beschouwd op het verstrekken van een maatwerkvoorziening (bijvoorbeeld een rolstoel-, scootmobiel-, of duo fietsenpool).
Taxi; het gebruik van de reguliere taxi of de deeltaxi kan een adequate oplossing zijn voor een vervoersprobleem, zeker als het gaat om een laag frequent gebruik.
Openbaar vervoer; het gebruik van het reguliere openbaar vervoer is voorliggend bij het zich verplaatsen. Kan men meer dan 800 meter lopen binnen een redelijke tijd dan mag ervan worden uitgegaan dat de bushalte kan worden bereikt. Voor de gemiddelde afstand tot een bushalte is in het verleden ongeveer 800 meter vastgesteld.
Openbaar vervoer met begeleider; kan de inwoner niet zelfstandig met het openbaar vervoer reizen maar is dit wel mogelijk met begeleiding dan kan het probleem mogelijk opgelost worden met het gebruik van een OV begeleiderkaart. De OV begeleiderkaart is bruikbaar in trein, bus tram en metro. Er hoeft geen sprake te zijn van een vaste begeleider. De begeleider gaat gratis mee. Aanvragen kan telefonisch bij de NS.
Zittend ziekenvervoer; voor vervoer van en naar het ziekenhuis kan in sommige gevallen een beroep worden gedaan op de regeling Zittend ziekenvervoer. Vergoeding voor ziekenvervoer is soms ook mogelijk via de aanvullende ziektekostenverzekering. De inwoner dient voor vervoer naar het ziekenhuis daarom altijd eerst de mogelijkheden via de zorgverzekeraar te onderzoeken.
Belastingdienst; via de belastingdienst is er nog een vergoeding mogelijk via “reiskosten zieken- en leefvervoer” . Deze regeling kan aangesproken worden om een zieke in een instelling te bezoeken.
UWV; gaat het om het vervoer in het kader van woon-werk dan betreft het een voorziening vanuit het UWV/WIA. Als de inwoner een vervoersvoorziening vanuit het UWV ontvangt dan kan deze mogelijk worden uitgebreid voor leefvervoer. Dit moet bij de UWV worden aangevraagd .
Leerlingenvervoer; betreft het vervoer in het kader van school dan kan de regeling Leerlingenvervoer mogelijk van toepassing zijn.
Valyspas; is er behoefte aan bovenregionaal vervoer dan kan er een beroep worden gedaan op Valys, indien men hiervoor in aanmerking komt. Met de Valyspas ontvangt de inwoner standaard een totaal aantal kilometers per jaar, bij een zeer ernstige mobiliteitsbeperking kan een inwoner in aanmerking komen voor een hoger persoonlijk kilometerbudget.
Wlz; woont men in een instelling op basis van de Wlz en wordt er een voorziening aangevraagd om mee te kunnen doen met groepsuitjes dan is de instelling verantwoordelijk voor het mogelijk maken van deze activiteit.
Indien de inwoner voor het uitvoeren van vrijwilligerswerk vervoer nodig heeft dan is het de verantwoordelijkheid van de organisatie om de inwoner hierin te ondersteunen.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.4
Artikel 4.4.5
Algemene en voorliggende voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels Wmo gemeente Altena 2022