Eerst wordt beoordeeld of het gebruik van de deeltaxi met een Wmo-pas een oplossing biedt voor het vervoersprobleem van de inwoner; primaat van collectief vervoer. Met een Wmo-deeltaxipas kan tegen een Wmo-tarief worden gereisd. Als het vervoersprobleem met het gebruik van de deeltaxi opgelost kan worden, dan gaat deze verstrekking vóór op het verstrekken van een (andere) maatwerkvoorziening. Of het collectief vervoer voldoende ondersteuning biedt in de situatie van de inwoner is afhankelijk van een specifieke afweging.
Van belang bij de afweging zijn de onderstaande factoren:
De medische situatie van de inwoner; is de inwoner met zijn beperkingen in staat gebruik te maken van de deeltaxi? Indien nodig wordt advies gevraagd bij de medisch adviseur;
De mobiliteit; als de inwoner minder dan 100 meter kan lopen dan zal beoordeeld moeten worden of er nog een andere ondersteunende voorziening noodzakelijk is voor het overbruggen van de korte afstand;
Het vermogen van de inwoner om samen met anderen te kunnen reizen, zo nodig met begeleiding;
Het verplaatsingspatroon; welke verplaatsingen betreft het en is de deeltaxi een passende voorziening hiervoor?
Wat is de verplaatsingsfrequentie en wat zijn de afstanden die men aflegt; welke ervan zijn in het kader van het leven van alledag noodzakelijk.
Reist de inwoner alleen of zijn er huisgenoten zoals minderjarige kinderen, die mee moeten reizen?
Wat is de wens versus de noodzaak van de verplaatsingen?
Indien de inwoner in aanmerking komt voor een Wmo-deeltaxipas dan kan deze voor hetzelfde tarief een 2e persoon mee laten reizen. Zo kan de inwoner tegen het Wmo-tarief bijvoorbeeld zijn partner meenemen, ongeacht de beperkingen van de partner. Indien er sprake is van een verschillende vervoersbehoefte, en de partner heeft ook beperkingen, dan kunnen er twee Wmo-deeltaxipassen worden verstrekt.
Voor de specifieke voorwaarden t.a.v. het vervoer met de deeltaxi wordt verwezen naar bijlage 5.
Is het gebruik van de deeltaxi in de situatie van de inwoner niet toereikend, dan wordt beoordeeld of de verstrekking van een andere maatwerk voorziening noodzakelijk is.
Een inwoner kan in aanmerking komen voor een fietsvoorziening (bijvoorbeeld een driewiel(lig)fiets) indien de voorziening een passende bijdrage levert aan de participatie en zelfredzaamheid. Ten aanzien van de participatie betekent dit, dat de inwoner de fietsvoorziening nodig heeft om in contact te treden met anderen en om aan maatschappelijke activiteiten deel te nemen. Naast participatie kan de fietsvoorziening ook de zelfredzaamheid van de inwoner bevorderen. Bijvoorbeeld wanneer iemand er boodschappen mee doet of een bezoek aan de huisarts aflegt. De fietsvoorziening wordt in beide gevallen gebruikt voor verplaatsingen van A naar B.
Indien de fietsvoorziening een passende bijdrage levert aan de wijze waarop de inwoner in staat is te ontspannen en recreëren, dan kan de fietsvoorziening ook voor dit doel worden verstrekt.
Als vervoer per personenauto voor een inwoner noodzakelijk is, kan hij eventueel in aanmerking komen voor aanpassing van de personenauto. Dit zal zich met name voordoen in gezinssituaties, waarbij het collectief vervoer geen adequate oplossing biedt voor structureel vervoer van het gehele gezin.
De autoaanpassing kan bestaan uit een PGB voor de aanpassing van de eigen personenauto, mits de personenauto nog geen 4 jaar oud is; in sommige gevallen is ook bij een oudere auto een aanpassing mogelijk, afhankelijk van de soort aanpassing, de overplaatsbaarheid daarvan en de kilometerstand. Het PGB wordt afgestemd op de goedkoopst adequate oplossing in een voor de betreffende aanpassing goedkoopst geschikte auto.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.4
Artikel 4.4.6
Maatwerkvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels Wmo gemeente Altena 2022