Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Sociale huurwoningen

Onderdeel van Grondprijzenbrief 2022 – 2023

Op grond van (gemeentelijk) volkshuisvestingsbeleid is het wenselijk om grondprijsbeleid te formuleren voor sociale huurwoningen. Voor sociale huurwoningen die door of ten behoeve van een woningcorporatie worden gerealiseerd hanteert de gemeente een lagere grondprijs dan voor vrijesectorwoningen. De gemeente draagt hiermee bij aan de klassieke doelstellingen van woningcorporaties, namelijk het huisvesten van doelgroepen wier woonbehoeften door financiële beperkingen in de commerciële woningmarkt onvoldoende vervuld kunnen worden. Een sociale huurwoning heeft een huurprijs van maximaal de huurgrens, welke jaarlijks per 1 januari door de minister wordt vastgesteld. Dit komt overeen met € 752,33 per maand (prijspeil 2021). De standaard grondprijs voor een grondgebonden eengezinswoning in de sociale huursector is middels de nota Grondprijzen 2011 door de raad vastgesteld op € 16.500 exclusief BTW per woning. Er is geen aanleiding om deze grondprijs te wijzigen. Bij gestapelde sociale woningbouw wordt dezelfde grondprijs gehanteerd, met toepassing van een stapelingsfactor: aantal woonlagen Stapelingsfactor Begane grond 1 1e verdieping 0,9 2e verdieping 0,8 3e verdieping 0,75 4e verdieping, enz. gestaag afnemend, maar minder dan evenredig Een maisonnette geldt als één woonlaag.

Rechtspraak bij dit artikel