Naar hoofdinhoud
In navolging van de professionalisering van de milieuhandhaving zijn de kwaliteitscriteria 2.1 opgesteld voor Uitvoering (vergunningverlening), Toezicht en Handhaving van de Wabo-taken. Zoals aangegeven in de Introductie dient conform het Besluit van 21 april 2017 tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht de kwaliteit van de uitvoering van de thuistaken te worden vastgelegd in een verordening of een beleidsplan. Het college heeft besloten voor het laatste waarbij de taakuitvoering gespiegeld wordt aan de kwaliteitscriteria, en gewerkt wordt volgens de mogelijkheden van "comply or explain" (pas toe of leg uit). In dit kader zullen de procescriteria zoals opgenomen in de Kwaliteitscriteria als leidraad worden gebruikt. De procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de beleidscyclus. De borging van de kwaliteit is hierbij het uitgangspunt. Door KPMG is, aan de hand van de eisen uit de ISO norm 9001, de zogenaamde BIG-8 ontworpen. Dit model maakt vanuit een strategisch kader de vertaling naar operationeel beleid ten behoeve van kwaliteitsborging samen met een sluitende planning en control cyclus. In het onderstaande worden de 7 elementen van de BIG-8 toegelicht en wordt tevens aangegeven aan welke criteria (op hoofdlijnen) moet worden voldaan 1.1Rapportage en evaluatie In essentie betreft deze stap het analyseren van allerlei relevante elementen dan wel veranderingen voor de VTH-taken. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan wijzigingen in het beleid en takenpakket. Voor de vergunningverlening specifiek betreft dit bijvoorbeeld een analyse van het aantal te verwachten vergunningaanvragen en meldingen, en wijzigingen in het huidige en toekomstige inrichtingenbestand inclusief de mate van actualiteit van de vergunningen of meldingen. Voor Toezicht en Handhaving zijn dit bijvoorbeeld de verbetering of verslechtering van het naleefgedrag van burgers en ondernemers en de ontwikkeling van het aantal klachten / klachtenpatroon en de ontwikkeling van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Evaluatie vindt jaarlijks plaats. Deze beleidsnota wordt in z’n geheel herzien na 4 jaar, tenzij eerder noodzakelijk vanwege gewijzigde regelgeving. 1.2Strategisch beleidskader De volgende stap in het beleidsproces is het voorbereiden en voorleggen van prioriteiten en meetbare doelstellingen aan de directie en college en het nemen van besluiten over de te stellen doelen op het gebied van de VTH-taken. De uitgevoerde beleidsevaluatie legt de basis voor deze stap. In het jaarverslag VTH wordt de evaluatie en de eventuele aanpassingen hierop verwoord in één document. Dit werkt sneller en efficiënter . 1.3Operationeel beleidskader In deze stap moeten prioriteiten en doelstellingen worden vertaald in concrete strategieën en objectieve criteria. Voor de uitvoering van de vergunningverlening worden prioriteiten en doelstellingen vertaald in een set van objectieve criteria voor toetsing. Voor de toezichts- en handhavingstaken worden hier de prioriteiten en doelstellingen vertaald naar doelgroepen en in nalevingstrategieën (of indien reeds aanwezig het periodiek toetsen daarvan). 1.1Planning en control Centraal in deze stap staat het toewijzen van de noodzakelijke capaciteit en financiële middelen die nodig zijn om de gestelde doelen te kunnen bereiken. Hiertoe worden organisatorische condities gesteld en een systematiek van interne borging ingericht voor de wijze waarop werkzaamheden beheerst kunnen worden uitgevoerd. De bouwstenen voor deze stap zijn de resultaten van de beleidsevaluatie, de prioriteiten daaruit, doelstellingen voor de komende periode en overeenstemming over te voeren strategieën. Eén en ander wordt uitgewerkt in een jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma. 1.2Voorbereiden Hier gaat het om een goede voorbereiding van de af te geven vergunning en het uit te voeren controlebezoek door eerst te kijken naar de resultaten van eerdere vergunningverleningsprocedures met gelijke initiatiefnemers en van eerdere controlebezoeken, de meldingen, klachten en incidenten, eventuele rapportageverplichtingen, van toepassing zijnde nalevingstrategieën, etc. 1.3Uitvoeren Dit element betreft de voorzieningen voor de uitvoering van de te verlenen vergunningen en het controlebezoek zelf (inclusief de hieruit volgende acties). 1.4Monitoring Het laatste onderdeel van de beleidscyclus is de monitoring van diverse zaken die relevant zijn voor bijsturing in de operationele cyclus (bijvoorbeeld het aantal/de aard/de complexiteit van de te verwachte vergunningen of het aantal gerealiseerde controles, het bestede aantal uren, etc.) of als input voor de beleidsevaluatie (zoals de verbetering of verslechtering van het naleefgedrag van bedrijven of de milieukwaliteit in de regio).

Rechtspraak bij dit artikel