Het bezig zijn met een beleidsplan is het bezig zijn met zoeken naar een evenwicht tussen kwaliteit en kwantiteit. Het verschil tussen de benodigde en beschikbare capaciteit vraagt om een afweging.
Bij het opstellen van eerdere omgevingsbeleidsplannen heeft een dergelijke afweging ook al plaats gevonden. Destijds is een goede balans gevonden.
Deze balans is bij het tot stand komen van onderhavig beleid enigszins scheef komen te liggen: er is meer capaciteit noodzakelijk dan aanwezig is.
Dit is een gevolg van het aantrekken van de economie waardoor meer vergunningaanvragen binnenkomen ten opzichte van de afgelopen jaren. Daarnaast is als gevolg van bezuinigingen het aantal fte bij VTH in 2014 verminderd met 2,8 fte (0,8 fte VTH en 2 fte T&H).
Het uitgangspunt van de gemeente is dat het beleid dient te zijn afgestemd op de beschikbare capaciteit. Dit betekent feitelijk dat het beleid voor de uitvoering dient te worden aangepast.
Echter het streven is om de processen dusdanig te digitaliseren en SMART te maken, zodat dit een gunstig effect heeft op de benodigde capaciteit.
Momenteel lopen een tweetal trajecten op dit gebied:
Het digitaal verlenen van vergunningen van A tot Z. De aanvragen worden digitaal doorgezet naar het gemeentelijk zaaksysteem en vervolgens digitaal verleend. Dat wil zeggen dat de verleende vergunning digitaal naar de aanvrager wordt geretourneerd. Dit levert een besparing op bij de algemene werkzaamheden.
Het digitaal uitvoeren van toezicht en handhaving in het veld. Dit levert een besparing op bij het opstellen van controlerapporten en correspondentie.
Een bijkomend voordeel is dat deze projecten ook positief zijn op het gebied van duurzaamheid.
Echter totdat deze projecten zijn afgerond blijft een tekort aan capaciteit bestaan. Dit tekort zal worden ingevuld door het inhuren van tijdelijke capaciteit. Deze kan gefinancierd worden uit de extra legesinkomsten als gevolg van een toename van het aantal ingediende aanvragen.
Verder dient in dit kader ook rekening te worden gehouden met de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van de Omgevingswet en de Wet private kwaliteitsborging in de bouw.
Vooral deze laatste wet zal van grote invloed zijn op de benodigde capaciteit bij VTH. Dit laatste is momenteel in onderzoek. Echter de effecten treden pas op na de inwerking van deze wetgeving, die momenteel wordt gesteld op medio 2018.
Ten aanzien van de Kritieke massa voldoet de gemeente aan Kwaliteitscriteria op 10 van de 26 deskundigheidsgebieden.
Op 13 deskundigheidsgebieden is de gemeente kwetsbaar. Bepaalde deskundigheidsgebieden worden uitgevoerd door één medewerker omdat het werkaanbod niet toelaat dat er meerdere medewerkers werkzaam zijn op dit gebied. Vervangen tijdens vakanties is geregeld maar bij langere uitval door bijvoorbeeld ziekte ontstaan er risico’s. Deze risico’s worden erkend en geaccepteerd. Om deze kwetsbaarheid te verminderen zoekt de gemeente contact met buurgemeenten om samen te werken. Deze manier van samenwerking is ook verwoord in de Strategische visie van de gemeente.
Ten aanzien van de deskundigheidsgebieden Toezicht en Handhaving milieu, bouwen en ruimtelijke ordening voldoet de gemeente niet als gevolg van het opleidingsniveau van de medewerkers Er is wel sprake van ervaring maar door de gewijzigde werkwijzen is een aanvullend opleidingstraject noodzakelijk. Daarnaast voldoet de gemeente niet aan de voorgestelde 24-uur piketdienst. Dit laatste wordt in Deel 4 “organisatorisch kader” nader toegelicht.
Ten aanzien van opleidingen zal in de komende tijd veel geïnvesteerd dienen te worden gelet op de veranderingen die als gevolg van de Omgevingswet en de Wet private kwaliteitsborging in de bouw op de medewerkers van VTH afkomen.
Artikel 4.
Afwegingskader
Onderdeel van Integraal Omgevingsbeleidsplan VTH Vergunningverlening, Toezicht & Handhaving Wabo 2022