Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.10

Meedoen in de samenleving

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Altena 2022

WMO Inwoners die vanwege een beperking, een psychisch of psychosociaal probleem hulp nodig hebben om mee te doen in de samenleving (participatie), kunnen op aanvraag hulp-op-maat krijgen. Zij moeten wel aan de voorwaarden van artikel 2.4.5.2 respectievelijk 2.5.1. voldoen. Ook moet de hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren voor de inwoners, zodat zij in staat zijn om mee te doen in de samenleving en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. De gemeente kan in ieder geval hiervoor begeleiding aanbieden. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen collectieve begeleiding (dagbesteding) en individuele dagbesteding. De cliënt maakt samen met de zorgaanbieder een keuze voor (een combinatie van) de vorm. De gemeente stelt nadere regels en vast voor hulp om mee te doen in de samenleving. Ook wordt in beleidsregels aangegeven hoe aan deze hulp invulling gegeven wordt. 3.10.1Dagbesteding WMO De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn de dag goed in te vullen hulp-op-maat kunnen krijgen (dagbesteding). De hulp-op-maat houdt in dat inwoners mee kunnen doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere groepsactiviteiten onder begeleiding, voor een of meer dagdelen per week. Indien nodig zorgt de gemeente ervoor dat dit inclusief vervoer van en naar de dagbesteding is. 3.10.2Individuele begeleiding WMO De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die niet in staat zijn de normale dagelijkse activiteiten te doen, hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners begeleid worden bij deze activiteiten (individuele begeleiding). Het betekent, dat de begeleider helpt bij de dagelijkse gang van zaken en de inwoner helpt om op een goede manier met zijn omgeving om te gaan. De begeleider kan ook helpen bij vaak terugkerende activiteiten, zoals het structureren van de dag, het doen van de administratie en het beheren van de financiën. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over. 3.10.3Contact met anderen WMO De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die vanwege een beperking in hun mobiliteit onvoldoende mogelijkheden hebben om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat inwoners geholpen worden bij het vervoer dicht bij huis. Zo kunnen zij meedoen met recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf de dagelijkse boodschappen doen, of naar een medische afspraak gaan. Die hulp kan bestaan uit het aanbieden van de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer of het gebruikmaken van een vervoermiddel. De gemeente kan inwoners daarnaast een bijdrage in de kosten geven, voor het gebruik van een (rolstoel)taxi; De hulp is bedoeld voor: Het zich verplaatsen rondom de woning; Het zich verplaatsen over een langere afstand dicht bij huis; of Om collectief taxivervoer voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar en betaalbaar te houden, kijkt de gemeente eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met collectief taxivervoer. Pas als dat niet passend is, kan een bijdrage in de kosten gegeven worden. 3.10.4Rolstoel WMO De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die zich vanwege een beperking niet kunnen verplaatsen in en om de woning, hulp-op-maat kunnen krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat de inwoner een rolstoel kan krijgen die geschikt is voor dagelijks zittend gebruik. 3.10.5Vervanging vervoermiddel en rolstoel WMO Als de inwoner hulp-op-maat wil en het gaat om vervanging van een eerder door de gemeente verstrekte rolstoel of vervoermiddel, dan doet de gemeente dit alleen, als het vervoermiddel of de rolstoel: technisch is afgeschreven; verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om, of geen oplossing meer is voor de problemen die de inwoner ervaart bij het verplaatsen in en om de woning of het vervoer dicht bij huis. 3.10.6Sportvoorzieningen WMO De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners kunnen sporten. Voor mensen met een beperking is er soms een voorziening nodig om te kunnen sporten. De inwoner kan een vergoeding krijgen voor aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening. De volgende voorwaarden zijn van toepassing: De inwoner kan aantonen dat de sport structureel wordt beoefend, bijvoorbeeld door middel van een bewijs van lidmaatschap van een sportvereniging De aanschaf van de sportvoorziening leidt tot meerkosten t.o.v. de mensen zonder beperking die dezelfde sport uitoefenen De vergoeding kan maximaal 1x per 3 jaar worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel