1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 6 kan een cliënt in aanmerking komen voor wonen/verblijf als hij:

  • - feitelijk dakloos is;
  • - beperkt redzaam is op meerdere door het college aan te wijzen leefgebieden;
  • - niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke dakloosheid op kunnen heffen;
  • - er voor hem sprake is van een noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de psychische of psychosociale problematiek;
  • - hij niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor wonen/verblijf op kunnen heffen.