**1..** Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.
**2..** Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:
een persoon behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, of als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet; en
die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen; en
die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.
**3..** Het college gebruikt het preferente werkproces loonkostensubsidie om de loonwaarde van een persoon vast te stellen.
**4..** Een arbeidsdeskundige adviseert het college met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon.
**5..** Teveel betaalde loonkostensubsidie wordt aan het einde van de arbeidsovereenkomst vastgesteld en dit wordt door de werkgever terugbetaald aan gemeente.
**6..** Het recht op loonkostensubsidie vervalt indien de werkgever geen salaris voor de persoon die behoort tot de doelgroep is verschuldigd.
**7..** Het college kan gedurende maximaal de eerste zes maanden van het dienstverband een forfaitaire loonkostensubsidie toekennen van 50 procent van het wettelijk minimumloon.