Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 20.

Loonkostensubsidie

Onderdeel van Re-integratieverordening Gouda 2022

1.. Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2.. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: een persoon behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, of als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet; en die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen; en die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. 3.. Het college gebruikt het preferente werkproces loonkostensubsidie om de loonwaarde van een persoon vast te stellen. 4.. Een arbeidsdeskundige adviseert het college met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon. 5.. Teveel betaalde loonkostensubsidie wordt aan het einde van de arbeidsovereenkomst vastgesteld en dit wordt door de werkgever terugbetaald aan gemeente. 6.. Het recht op loonkostensubsidie vervalt indien de werkgever geen salaris voor de persoon die behoort tot de doelgroep is verschuldigd. 7.. Het college kan gedurende maximaal de eerste zes maanden van het dienstverband een forfaitaire loonkostensubsidie toekennen van 50 procent van het wettelijk minimumloon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel