1.

De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het voeren van een huishouden en/of het zich in de woning verplaatsen, te verstrekken voorziening kan bestaan uit een algemene woonvoorziening en/of een individuele woonvoorziening. Een individuele woonvoorziening kan bestaan uit:

  • - een woonvoorziening in natura;
  • - een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening;
  • - een financiële tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening.

2.

In aanvulling op de bepalingen uit deze verordening kan het college gedurende maximaal zes maanden de huurlasten betalen aan de verhuurder die een vrijgekomen aangepaste woning beschikbaar houdt voor een persoon met beperkingen.