1.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het treffen van voorzieningen
aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, toer– en stacaravans, kloosters, tweede
woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen, kamerverhuur en specifiek op
gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in
gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder
noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.
2.
Bij de toepassing van het eerste lid vergewist het college zich ervan dat er geen sprake is van daadwerkelijke bewoning en dat het niet gaat om een woonruimte die geschikt en bestemd is voor permanente huisvesting. Als dit wel het geval is kan het college besluiten wel een voorziening te verstrekken.