De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien:
a.de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing
waartoe op grond van beperkingen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was;
b.de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment
beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming
is verleend door het college;
c.deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan
automatische deuropeners, hellingbanen, extra trapleuningen, het verbreden van toegangsdeuren en een opstelplaats bij de toegangsdeur van het woongebouw;
- - de tegemoetkoming in de verhuis-en herinrichtingskosten aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak;
- - de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is vanuit of naar een
woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is
naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van
zorg, of er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van
de woning zijn ondervonden.