1.

Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte ten

behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag. Er wordt een uitzondering gemaakt als het gaat om een bovenregionaal contact dat uitsluitend door de aanvrager zelf bezocht kan worden. Hierbij geldt bovendien als voorwaarde dat dit bezoek voor de aanvrager noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.

2.

De te verstrekken vervoersvoorziening dient maatschappelijke participatie door middel van

lokale verplaatsingen met een omvang van 1.500 kilometer, met een bandbreedte tot 2.000 kilometer, per jaar mogelijk te maken.