1.

Het college is bevoegd om, voor zover het college dit van belang acht voor de beoordeling van het recht op een voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend:

a.op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en

tijdstip en hem te bevragen;

b.op een door het college te betalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe

aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken.

Onder omstandigheden strekt deze bevoegdheid zich tevens uit tot anderen in de omgeving van de aanvrager, zoals een echtgenoot, familieleden of huisgenoten

2.

Het college vraagt een door hem aangewezen adviesinstantie om advies indien:

a.het college voornemens is de gevraagde voorziening om medische redenen af te

wijzen;

b.het college dat overigens gewenst vindt.

3.

Een aanvrager en/of degene in diens omgeving van wie het college het van belang acht, is verplicht aan het college of de door hem aangewezen adviesinstantie die gegevens te verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

4.

Bij de advisering zoals genoemd in het eerste lid wordt door de adviseur gebruik gemaakt

van de systematiek zoals neergelegd in de International Classification of Functions,

Disabilities and Impairments, de zogenaamde ICF classificatie.