1.

Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of

gedeeltelijk intrekken indien:

  • - niet is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld bij of krachtens deze verordening;
  • - dit besluit tot stand is gekomen op basis van gegevens die achteraf onjuist bleken te zijn én op grond van de juiste gegevens een ander besluit zou zijn genomen.

2.

Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden

budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes

maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor de

verlening heeft plaatsgevonden.