Lopik is met 14.208 inwoners en 5.472 huishoudens (peildatum 1 januari 2017) een kleine landelijke gemeente. Het landelijke karakter wordt bepaald door verspreide kernen met lange linten tussen de weilanden. In de gemeente staan per 1 januari 2017 5.526 woningen. De woningvoorraad in de gemeente bestaat voornamelijk uit grondgebonden eengezinswoningen. In de kernen staan (ruime) rijwoningen. De linten worden gekenmerkt door grote vrijstaande woningen met ruime kavels afgewisseld met boerenbedrijven. Bijna driekwart van de woningen is in particulier bezit. In de gemeente wonen veel gezinnen met oudere kinderen (vanaf 12 jaar). Rond hun 20ste zal een deel van deze kinderen voor hun vervolgopleiding of werk buiten de gemeentegrenzen gaan wonen.
Meer inwoners, minder jongeren
Als we naar de afgelopen tien jaar kijken komt naar voren dat demografisch gezien een aantal dingen gebeuren die bepalend zijn voor de huidige situatie in Lopik. De bevolkingsomvang is toegenomen in deze periode. In de meeste jaren werden er meer kinderen geboren dan dat er sterfgevallen waren in de gemeente. Tegelijkertijd vertrokken er meer mensen uit de gemeente dan dat er vanuit andere gemeenten bijkwamen. Het overwegend positieve geboortesaldo heeft het vertrekoverschot echter gecompenseerd waardoor het inwonertal is gegroeid.
De samenstelling van de Lopikse bevolking is in het voorbije decennium veranderd. Er heeft een verschuiving plaatsgevonden als we kijken naar de leeftijdsopbouw. Een groot deel van de jongeren in de leeftijd van 18 tot 30 jaar heeft de gemeente verlaten vanwege opleiding of werk. Ook zijn er meer 65-plussers verhuisd uit de gemeente, dan er door vestiging zijn bijgekomen. Het Woningmarktonderzoek 2015 noemt het beperkte aanbod aan geschikte woonruimte (in een zorginstel ling) als mogelijke oorzaak hiervoor. Door het wegtrekken van de jongeren (potentiële gezinnen) zien we dat het aantal (jonge) ouders in de leeftijd van 30 tot 45 jaar is afgenomen met 940 inwoners ten opzichte van tien jaar geleden. Als gevolg daarvan is in deze periode ook het aantal jonge kinderen (tot 12 jaar) gedaald. De afname bedraagt 580 kinderen. De prognose laat zien dat deze ontwikkeling tot 2020 doorzet en daarna stabiliseert.
Druk vanuit stedelijk gebied, komst gezinnen
Nu de economische situatie is verbeterd en de woningmarkt weer op gang gekomen is, zien we dat er met name in de stedelijke regio Utrecht een enorme vraag naar woningen is. Doordat het aanbod beperkt is, stijgen de prijzen en moeten woningzoekenden, soms noodgedwongen, op zoek naar alternatieven buiten de stadsgrenzen. Door de grote druk op de Utrechtse woningmarkt wijken voornamelijk gezinnen steeds meer uit naar de regio.
Figuur 3.1: Gemeente Lopik. Huishoudensontwikkeling naar leeftijd
Groeiende woningbehoefte, kleinere huishoudens
De provinciale bevolkingsprognose gaat uit van afname van het inwonertal in de gemeente Lopik tussen 2015 en 2020 met circa 90 inwoners per jaar. In de praktijk zagen we de afgelopen jaren echter juist een (lichte) bevolkingsgroei in plaats van krimp. Dit heeft te maken met de grote druk op de Utrechtse woningmarkt. Dit was nog niet (te) voorzien toen de prognose werd opgesteld.
Ondanks de te verwachte bevolkingsafname zal het aantal huishoudens in de gemeente toenemen. Er is namelijk sprake van huishoudens verdunning. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de vergrijzing doorzet. Het aantal 75-plushuishoudens verdubbelt nagenoeg tot 2035, waardoor we een toename zien van het aantal één- en tweepersoonshuishoudens. Tegelijkertijd neemt het aantal gezinnen af. Het aantal gezinnen met jongere kinderen zal vanaf 2020 min of meer stabiel blijven, maar het aantal gezinnen met kinderen van middelbare schoolleeftijd daalt in de vijf jaar daarna verder.
In de periode 2015 - 2020 bedraagt de huishoudensgroei volgens de prognose 120 huishoudens. De tien jaar daarna komen er nogmaals 110 huishoudens bij.
Tabel 3.1: Gemeente Lopik. Ontwikkeling bevolking- en huishoudensomvang 2015 - 2030
Inwoners
Huishoudens
Omvang 2015
14.100
5.370
Ontwikkeling 2015 tot 2020
-90 per jaar (-440)
+25 per jaar (+120)
Ontwikkeling 2020 tot 2030
-70 per jaar (-690)
+10 per jaar (+110)
Koopwoningen en appartementen gewenst
Uit het Woningmarktonderzoek 2015 blijkt dat de huishoudensgroei tot 2030 leidt tot een extra woningbehoefte van 230 woningen. Deze behoefte manifesteert zich bijna volledig in de koopsector. Er is behoefte aan grondgebonden woningen van meer dan € 400.000 en (in mindere mate) in de prijsklasse daaronder, vanaf € 225.000 tot € 400.000. Het zijn vooral de ouderen van wie deze behoefte afkomstig is. In de huursector zien we dat de behoefte aan grondgebonden woningen juist sterk afneemt op de langere termijn. Dit is het effect van de vergrijzing waar De Woningraat mee te maken krijgt. Een belangrijk deel van haar huurders is namelijk 65 jaar of ouder. Bovendien wonen jongere generaties minder vaak in een huurwoning. Hierdoor is er minder behoefte aan grondgeboden huurwoningen. En is er vooral behoefte aan sociale huur appartementen. Ook in de koopsector ontstaat er onder ouderen behoefte aan appartementen. Dit behoeft echter wel enige nuancering aangezien het gemiddeld gaat om 3 tot 6 appartementen per jaar. Bovendien hebben deze ouderen vooral behoefte aan geschikte woonruimte gezien hun gezondheidssituatie. Een deel van deze behoefte kan daarom worden opgevangen in grondgebonden woningen in de bestaande voorraad die (met kleine aanpassingen) geschikt zijn voor bewoning door mensen met fysieke beperkingen.
De behoefte aan sociale huurwoningen zal op termijn zeer waarschijnlijk (afhankelijk van de economische situatie) gaan afnemen. Sinds het uitkomen van het onderzoek is de druk op de sociale huursector juist toegenomen, onder andere door de huisvesting van statushouders (hoofdstuk 4 gaat hier verder op in). Daarom is op korte termijn ook in de sociale huur beperkte toevoeging gewenst.
Figuur 3.2: Gemeente Lopik. Ontwikkeling woningbehoefte per economisch scenario in de periode 2015 - 2030
Vrijkomende Agrarische Bebouwing
Ook in het buitengebied is het effect van de vergrijzing merkbaar. Boerenbedrijven worden beëindigd door het ontbreken van opvolging of het gebruik aan mogelijkheden voor schaalvergroting. Door het vrijkomen van de agrarische bebouwing ontstaan initiatieven voor hergebruik van de gebouwen en/of de locatie.
Duurzaamheidsopgave
Landelijk is er de laatste jaren steeds meer aandacht voor het energiezuiniger maken van de woningvoorraad, zo ook in het nieuwe regeerakkoord. De eisen voor nieuwbouwwoningen worden aangescherpt om toe te werken naar een energie neutrale woningvoorraad in 2030. Een belangrijk deel van de opgave ligt echter in het verbeteren van de bestaande voorraad. Hierbij gaat het zowel om energiezuinigheid als levensloopgeschiktheid en flexibiliteit.
De Woningraat volgt de doelstelling van het Energieconvenant voor woningcorporaties wat stelt dat de totale sociale huurvoorraad voor 2021 gemiddeld energielabel B-niveau heeft. Voor de lange termijn geldt de doelstelling van de Aedes Woonagenda3De Woonagenda stelt dat de energieopwekking CO2-neutraal moet zijn. Dit betekent niet dat de woningvoorraad energieneutraal moet zijn. waarin gesteld wordt dat in 2050 alle woningen ook CO2-neutraal en gasloos (moeten) zijn. In de particuliere sector is in eerste instantie de eigenaarbewoner aan zet. De mogelijkheden om als overheid of andere partijen (zoals aannemers, makelaars, etc.) sterk te sturen op het verduurzamen van deze woningen zijn veel beperkter.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Welke ontwikkelingen zien we?
Onderdeel van Woonvisie Lopik 2018 - 2022, Ruimte met kwaliteit