Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

Welke ontwikkelingen zien we?

Onderdeel van Woonvisie Lopik 2018 - 2022, Ruimte met kwaliteit

Meer ouderen, nieuwe generatie Zoals eerder beschreven, leidt de vergrijzing de komende vijftien jaar tot een verschuiving in leeftijdsgroepen. Het aandeel 65-plussers in de gemeente zal toenemen van 15% in 2015 naar 25% in 2030, een toename van 10%. Het betreft ‘een nieuwe generatie’ ouderen: het eigen woningbezit is hoog, men is mobieler en meer gericht op het behouden van zelfstandigheid. Hierdoor zijn de woonwensen van deze nieuwe generatie anders dan die van de voorgaande ouderen en zal men vanuit zichzelf (onafhankelijk van het rijksbeleid) al langer zelfstandig blijven wonen. Figuur 5.1: Gemeente Lopik. Bevolking naar leeftijd in 2015 vergeleken met 2030 Uit: Woningmarktonderzoek 2015 (bron: gemeente Lopik, Primosprognose 2014, bewerking RIGO). Hoewel ouderen in Lopik de grootste groep vertegenwoordigen, heeft langer zelfstandig wonen ook betrekking op andere groepen. De omvang van zorgdoelgroepen zoals mensen met een (licht) verstandelijke beperking of een psychiatrische aandoening is zeer beperkt. Het betreft enkele personen per doelgroep. Als gemeente zullen wij ook voor hen zorgdragen voor voldoende beschikbare woonruimte waar zij de benodigde ondersteuning kunnen krijgen. Groeiende behoefte intramurale zorg Uit recent onderzoek voor de Lekstroomgemeenten blijkt dat in Lopik het aantal ouderen dat is aangewezen op intramurale plaatsen groeit van 40 personen in 2017 naar 70 personen in 2035. Het inschatten van de exacte zorgbehoefte op lokaal niveau is lastig doordat veel intramurale zorgcentra vaak een regionale functie vervullen. De verwachting is dat de komende decennia met name de vraag naar psychogeriatrische zorg zal stijgen. Een deel van de reguliere verzorging en verpleging valt weg doordat de lichte zorg wordt geëxtramuraliseerd. Figuur 5.2: Gemeente Lopik. Woonzorgcentrum De Schutse in Lopik Zorg in de thuisomgeving Steeds meer mensen krijgen zorg aan huis. Dit kan in hun oorspronkelijke woning zijn, in de vorm van thuiszorg of in een woon-zorgcomplex, waarbij zorg nabij de woning is georganiseerd. In beide situaties is het voor mensen met een zorgbehoefte goed mogelijk om zelfstandig te kunnen blijven wonen. Vaak is de keuze voor wonen in een woon-zorgcomplex vooral een keuze voor meer beschutting en veiligheid; en niet zozeer vanuit de zorgindicatie. Daardoor is het lastig om een precieze scheiding te maken tussen de behoefte aan zelfstandig thuis wonen of het wonen in een woon-zorgcomplex. Uit het onderzoek Wonen en Zorg van de regio Lekstroom6Wonen en zorg Regio Lekstroom, Inzicht in vraag van zorgdoelgroepen en mensen met een mobiliteitsbeperking in gemeenten Houten, Lopik, Nieuwegein, IJsselstein en Vianen, juli 2017, Atrivé blijkt dat in de gemeente Lopik de behoefte aan specifieke extramurale woonzorgvarianten (woon-zorgcomplexen) in de periode 2017 - 2035 zeer beperkt zal toenemen. Wel zijn er veel mensen die in de thuissituatie behoefte hebben aan een toegankelijke woning. De totale behoefte aan toegankelijke woningen groeit in de periode 2017 tot 2035 met 245 woningen. In onze aanpak maken wij onderscheid in de behoefte aan nultredenwoningen en woningen die rollator- en rolstoeldoorgankelijk zijn. Figuur 5.3: Gemeente Lopik. Behoefte aan toegankelijke woningen in de periode 2017 - 2035 Bron: Onderzoek Wonen en Zorg regio Lekstroom, 2017 door Atrivé. Aanpassen bestaande voorraad Voor het merendeel van de ouderen voldoet de reguliere woningvoorraad aan hun (veranderende) behoeften. In sommige gevallen zullen woningaanpassingen nodig zijn, eventueel in combinatie met zorg aan huis. De komende generatie ouderen in Lopik woont voornamelijk in grondgebonden koopwoningen. Deze woningen zijn doorgaans groot genoeg om er met de benodigde aanpassingen geschikte woonruimten van te maken. Uitzondering hierop vormt een deel van de woningvoorraad in Benschop, Uitweg en Lopikerkapel, zo blijkt uit het woningmarktonderzoek. Dit betreft veelal kleine eengezinswoningen die door hun beperkte omvang niet geschikt zijn om aan te passen. Druk op sociale netwerken, eenzaamheid Doordat mensen langer zelfstandig wonen en er een groter beroep gedaan wordt op de zelfredzaamheid staat het sociale netwerk onder druk. Voor mensen die geen beroep kunnen doen op hun netwerk of voor degenen bij wie dit netwerk ontbreekt, bestaat het risico van vereenzaming juist doordat zij in hun eigen omgeving (zijn) blijven wonen.

Rechtspraak bij dit artikel