Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Permanente bewoning van recreatieverblijven

Onderdeel van Beleid permanente bewoning van recreatieverblijven Gemeente Lopik 2009

Er is sprake van permanente, en dus onrechtmatige, bewoning van recreatieverblijven als het woongebruik in strijd is met de bestemmingsplanvoorschriften van de recreatieve bestemming. Hierbij gaat het niet om de duur van het strijdig gebruik, maar om de strijdigheid van de activiteit met de geldende planvoorschriften: het hebben van het feitelijk hoofdverblijf in het recreatieverblijf. Voor het vaststellen van iemands hoofdverblijf kan worden volstaan met het verzamelen van feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat het betreffende verblijf fungeert als het centrum van zijn of haar sociale en maatschappelijke activiteiten. Om te voldoen aan de bestemmingsplanvoorschriften moet(en) de gebruiker(s) van het recreatieverblijf in ieder geval elders een hoofd(woon)verblijf beschikbaar hebben. Daarnaast moet dat hoofd(woon)verblijf ook daadwerkelijk geschikt zijn voor permanente bewoning en tenminste bestaan uit een keuken, woon-, was- en slaapgelegenheid. Voorts mag het daarbij niet gaan om een zogenaamd postadres dan wel een papieren adres. Het hoofd(woon)verblijf is een feitelijke thuishaven, dat fungeert als het centrum van zijn of haar sociale en maatschappelijke activiteiten. Uit contacten met bewoners van enkele recreatieterreinen blijkt dat men veelal in de veronderstelling verkeert dat een afwezigheid van de bewoners van twee aaneengesloten weken per jaar betekent dat er geen sprake is van permanente bewoning van een recreatieverblijf. Dit betreft echter geen afspraak die met de gemeente is gemaakt, dan wel een richtlijn die wordt gehanteerd als maatstaf voor de aanwezigheid van permanente bewoning. Het feit dat bewoners twee aaneengesloten weken niet op het recreatiepark verblijven, sluit namelijk niet uit dat er sprake is van permanente bewoning.

Rechtspraak bij dit artikel