Recreatieterreinen zijn bedoeld voor recreatie en zijn dan ook als zodanig bestemd in het bestemmingsplan. Het permanent bewonen van recreatieverblijven is in strijd met de bestemmingsplanvoorschriften en zorgt ervoor dat recreatie steeds in mindere mate mogelijk is. De bestaande situatie op de recreatieterreinen belemmert aldus de ontwikkeling van een actief recreatiebeleid op deze locaties. Voorts heeft de bewoning een negatief ruimtelijk effect. De permanent bewoonde delen van het recreatieterrein kunnen tot visuele verloedering leiden; een van oorsprong “natuurlijk” ogend terrein wordt aangekleed met verharde terrassen, schuren, siertuinen, hekken of schuttingen. Met andere woorden: verstedelijking van het buitengebied wordt in de hand gewerkt.
Voor de gemeente en zorg- en welzijnsinstellingen kan permanente bewoning ook nadelen met zich meebrengen. Wanneer men zich permanent in een recreatieverblijf vestigt, is het reëel te veronderstellen dat (een deel van) deze personen naar alle waarschijnlijkheid een beroep gaan doen op uitkeringen en collectieve voorzieningen. Tot slot ontduiken eigenaren of huurders die recreatieverblijven permanent bewonen het vraag-en-aanbodmodel van woningen op de woningmarkt. Dat geldt zowel voor koop- als voor huurwoningen. De prijzen van recreatieverblijven op daartoe bestemde terreinen zijn over het algemeen lager dan de prijzen van woningen op die woningmarkt. Doorgaans is permanente bewoning van recreatieverblijven op recreatieterreinen verboden. Het aldus gerealiseerde financiële voordeel is weliswaar te verklaren, maar valt niet te verdedigen tegenover diegenen die zich wel aan de spelregels houden.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Verantwoording voor de aanpak van permanente bewoning
Onderdeel van Beleid permanente bewoning van recreatieverblijven Gemeente Lopik 2009