Mogelijkheid 1: Persoonsgebonden ontheffing
Om de rechtsmogelijkheden van mensen die al op 31 oktober 2003 in een recreatiewoning woonden te verruimen, is voor deze groep een wettelijke ontheffingsregeling gecreëerd. Op grond van artikel 3.23 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) jo. artikel 4.1.1. lid 1 onder j Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het mogelijk om ontheffing aan te vragen voor de permanente bewoning van een recreatiewoning. Uit de tekst van het laatstgenoemde artikel blijkt dat de ontheffingsbevoegdheid feitelijk alleen toepasbaar is in het geval dat er sprake is van een recreatiewoning. Dit betekent dat wanneer een recreatieverblijf als stacaravan moet worden aangemerkt, geen persoonsgebonden ontheffing kan worden verleend.
Daarnaast blijkt uit de wettekst en uit de memorie van toelichting dat, om in aanmerking te kunnen komen voor een ontheffing, de recreatiewoning moet voldoen aan alle eisen die gesteld worden in het Bouwbesluit 2003 (woonfunctie bestaande bouw) en dat gedogen van afwijkingen van onderdelen van het Bouwbesluit niet mogelijk is. Dit betekent dat een aanvraag voor een ontheffing moet worden geweigerd indien de recreatiewoning op onderdelen niet voldoet aan het Bouwbesluit. Tevens moet de recreatiewoning voldoen aan de eisen van de milieuwetgeving5Het betreft volgens artikel 4.1.1. lid 2 onder j Bro de bij of krachtens de Wet Milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden.. Tot slot kan de persoonsgebonden ontheffing alleen worden verleend aan de aanvrager die reeds op het moment van de peildatum van 31 oktober 2003 meerderjarig was.
Regeling vanaf 1 januari 2010
Vanaf 1 januari 20106januari 2010 is de streefdatum voor inwerkingtreding. Op dit moment ligt het wetsvoorstel voor advies bij de Raad van State. Het wetsvoorstel zal bij indiening bij de Tweede Kamer openbaar worden. Dit is nu nog niet het geval. wordt de wet ‘Ontheffing onrechtmatige bewoning recreatiewoningen’ van kracht. Deze wet is vergelijkbaar met de persoonsgebonden ontheffing uit het Bro. De mogelijkheid ontheffing te verlenen op grond van de Bro komt met het van kracht worden van de nieuwe wet te vervallen.
Gemeenten worden verplicht een ontheffing te verlenen aan mensen die voor 1 november 2003 in hun recreatiewoning zijn gaan wonen en sindsdien onafgebroken, maar onrechtmatig hebben gewoond. Voorwaarde voor het krijgen van ontheffing is dat de bewoners nooit door hun gemeente op bewoning zijn aangesproken. Bovendien mag de bewoning niet in strijd zijn met de milieuwetgeving. De ontheffing is persoonsgebonden. De mogelijkheid de ontheffing aan te vragen zal twee jaar bestaan.
Bewoners moeten bewijzen dat zij in hun recreatiewoning wonen, met minimaal twee in de wet genoemde bewijsmiddelen. Zij kunnen dit bijvoorbeeld aantonen met een ziektekostenverzekeringspolis, een inschrijving bij de huisarts, een bewijs van renteaftrek of met een uittreksel uit de GBA. Als de gemeente de beslistermijn overschrijdt, wordt automatisch ontheffing verleend.
Mogelijkheid 2: Persoonsgebonden gedoogbeschikking
Voor gevallen die niet voldoen aan de regeling voor de persoonsgebonden ontheffing uit het Bro of de nog van kracht te worden regeling, bestaat de mogelijkheid om een persoonsgebonden gedoogbeschikking te verlenen. Dit betreft de gevallen waarbij:
de bewoning van het recreatieverblijf na 31 oktober 2003 maar voor de vastgestelde peildatum is begonnen; of
de bewoning wel voor 1 november 2003 is begonnen, maar er sprake is van een recreatieverblijf dat niet kan wordt aangemerkt als recreatiewoning; of
de bewoning van een recreatiewoning is begonnen voor 1 november 2003, maar er niet aan de in het Bro gestelde eisen van het Bouwbesluit of milieuwetgeving kan worden voldaan.
Bij het verlenen van een persoonsgebonden gedoogbeschikking kan het college besluiten om, in individuele gevallen, geconstateerde afwijkingen van de regelgeving van het Bouwbesluit of de milieuregelgeving eveneens te gedogen. Dit is bij de persoongebonden ontheffing niet mogelijk. Hierbij wordt opgemerkt dat in ieder geval aan de eisen van gezondheid en veiligheid uit het Bouwbesluit moet worden voldaan.
Van de aanvrager van de gedoogbeschikking wordt verwacht dat het recreatieverblijf in overeenstemming wordt gebracht met de voorschriften, tenzij aanpassing tot een onevenredige inspanning van de aanvrager leidt in relatie tot het doel van de betreffende voorschriften.
De verschillen tussen een ontheffing en een gedoogbeschikking
Er is een aantal verschillen tussen de regeling voor de persoonsgebonden ontheffing en de persoonsgebonden gedoogbeschikking. Voor de volledigheid worden deze hier genoemd.
De ontheffing is wettelijk vastgelegd. De gedoogbeschikking is gebaseerd op een bevoegdheid van de gemeente. De gemeente kan hier verschillende voorwaarden aan verbinden. Deze kunnen dan ook per gemeente verschillen, de voorwaarden voor de ontheffing liggen vast;
De ontheffing is slechts van toepassing wanneer er sprake is van een recreatiewoning (in tegenstelling tot overige recreatieverblijven). De gedoogbeschikking kan door bewoners van alle soorten recreatieverblijven worden aangevraagd;
Bij het verlenen van een ontheffing moet aan alle wettelijke voorwaarden worden voldaan. De gemeente kan niet besluiten om, bij het niet voldoen aan de voorwaarden, dit mede te gedogen. Bij een gedoogbeschikking bestaat deze mogelijkheid wel.
Er is een verschil met betrekking tot de rechtsbescherming. Tegen een afwijzing van een ontheffing staan rechtsmiddelen open, tegen de weigering van een gedoogbeschikking niet.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
De persoonsgebonden ontheffing en gedoogbeschikking
Onderdeel van Beleid permanente bewoning van recreatieverblijven Gemeente Lopik 2009