De begunstigingstermijn, de termijn waarbinnen de overtreding moet worden beëindigd, wordt bepaald aan de hand van de termijn die betrokkene in het recreatieverblijf heeft gewoond. Aangezien wordt verwacht dat er handhavingzaken worden gestart tegen bewoners die al langere tijd in recreatieverblijven wonen, maar niet voldoen aan de eisen die worden gesteld aan het verkrijgen van een persoonsgebonden gedoogbeschikking of ontheffing, zal bij het vaststellen van de begunstigingstermijn worden gekeken naar de duur van de bewoning.
Mits wordt voldaan aan de redelijke eisen van bewoonbaarheid (met name de hygiëne en brandveiligheid), dan wordt de volgende termijn aangehouden:
• Bij bewoning < 1 jaar
6 maanden na opleggen last onder dwangsom
• Bij bewoning 1-2 jaar
12 maanden na opleggen last onder dwangsom
• Bij bewoning 3-4 jaar
18 maanden na opleggen last onder dwangsom
• Bij bewoning > 4 jaar
24 maanden na opleggen last onder dwangsom
De duur van de bewoning wordt berekend op de dag van het besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom.
Indien niet wordt voldaan aan de redelijke eisen van bewoonbaarheid en hier ook niet binnen een redelijke termijn van twee weken aan wordt voldaan, dan zal de begunstigingstermijn te allen tijde maximaal 3 maanden na het opleggen van de last onder dwangsom bedragen.
Aan de last wordt voldaan door voor het einde van de gestelde termijn de permanente bewoning van het recreatieverblijf te staken door het verkrijgen van een nieuw hoofdverblijf (dat niet wederom een recreatieverblijf binnen de gemeente Lopik is). Indien niet aan de last wordt voldaan, dan kan een nieuwe (hogere) last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.4
Begunstigingstermijn
Onderdeel van Beleid permanente bewoning van recreatieverblijven Gemeente Lopik 2009