In beginsel wordt bij het opstarten van een handhavingprocedure gekozen voor het opleggen van een last onder dwangsom en niet het zwaardere middel van een last onder bestuursdwang. Een last onder dwangsom is een herstelsanctie, inhoudende een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd (art. 5:31d Algemene wet bestuursrecht).
Nadat uit het dossier blijkt dat aannemelijk genoeg is dat betrokkene een recreatieverblijf permanent bewoont, wordt een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom verzonden. Bij het voornemen wordt een concept van de dwangsombeschikking gevoegd. Hierin wordt in ieder geval weergegeven waarom aannemelijk is dat betrokkene permanent een recreatieverblijf bewoont en waarom legalisatie niet mogelijk is. Ook de termijn waarbinnen de bewoning moet worden beëindigd en de hoogte van de dwangsom worden vermeld. Betrokkene krijgt na verzending van het voornemen in beginsel twee weken de tijd om een mondelinge of schriftelijke zienswijze in te dienen. Indien er binnen deze termijn geen zienswijze wordt ingediend of de zienswijze niet tot de conclusie leidt dat er van handhavend optreden dient te worden afgezien, wordt de dwangsombeschikking verzonden. Tegen het opleggen van de dwangsombeschikking staat bezwaar en beroep open. Het inzetten van deze rechtsmiddelen schorst het besluit niet. De termijn waarin de bewoning moet worden beëindigd loopt dan ook door, tenzij het besluit door de voorzieningenrechter wordt geschorst.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3
Handhavingprocedure
Onderdeel van Beleid permanente bewoning van recreatieverblijven Gemeente Lopik 2009