Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 11.3

Beleidscategorieën, onderzoekseisen en ontheffingscriteria

Onderdeel van Archeologiebeleid gemeente Lopik

De legenda van de waarden- en verwachtingenkaart is voor de archeologische beleidskaart (en planregels) vertaald in zes beleidscategorieën. Deze worden ruimtelijk gevisualiseerd op kaart 9, en gekoppeld aan selectie- en ontheffingscriteria zoals hieronder beschreven. Legenda waarden- en verwachtingenkaart Beleidscategorie maatregelenkaart Archeologisch monument Rijksbeschermde archeologische terreinen (ex artikel 3 van de Monumentenwet) Categorie 1 Terrein van archeologische waarde AMK-terreinen/gewaardeerde vindplaatsen Categorie 2 Hoog - Cultuurhistorische elementen en terreinen (bewoningslinten, oude woonplaatsen) met een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd (‘jonge archeologie’; relatie cultuurhistorie/monumenten); - Landschappelijke eenheden (jongere beddinggordels/stroomruggen) met een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden (prehistorie t/m Nieuwe tijd) Categorie 3 Middelhoog Oudere, dieper gelegen stroomgordels en crevassen, met een middelhoge kans op het aantreffen van archeologische waarden (Vroege en Late Prehistorie) Categorie 4 Laag Landschappelijke eenheden (komgronden) met een lage kans op het aantreffen van archeologische waarden Categorie 5 Geen Zones waar het bodemarchief is verstoord of waar op basis van eerder archeologisch onderzoek de aanwezigheid van archeologie reeds is uitgesloten of archeologie door middel van een definitieve opgraving ex situ is veiliggesteld Categorie 6 Aan deze categorieën/zones worden de volgende categorieën planologische maatregelen (onderzoeksplicht en ontheffingscriteria) gekoppeld:66De keuze weerspiegelt de afweging die de het bestuur heeft gemaakt tussen de adviezen en inbreng van adviesbureau Vestigia, de leden van de projectgroep (medewerkers gemeenten Montfoort, Oudewater, Woerden), de gemeentearcheoloog van Woerden, de provinciaal archeoloog en het Steunpunt Archeologie en Monumenten van de provincie Utrecht (Stamu). De uiteindelijke keuze wordt gemotiveerd in paragraaf 11.4. Categorie 1 Deze beleidscategorie omvat de ex artikel 3 van de Monumentenwet als (rijks)beschermd monument aangewezen archeologische terreinen, op de waarden- en verwachtingenkaart aangeduid als ‘archeologisch monument’. Om de aanwezige archeologische waarden te beschermen geldt op grond van artikel 11 van dezelfde wet een vergunningplicht voor elke bodemingreep, wijziging, afbraak of verwijdering. De vergunning dient door de gemeente te worden aangevraagd bij de uitvoerende dienst van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCenW), te weten de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Omdat de gemeente hierbij niet optreedt als bevoegd gezag is een koppeling met planregels (onderzoekseisen, ontheffingen) hier niet aan de orde. Voor de volledigheid zijn deze terreinen wel opgenomen op de gemeentelijke maatregelenkaart. Categorie 2 Deze beleidscategorie omvat de categorie ‘terrein van archeologische waarde’ van de gemeentelijke waarden- en verwachtingenkaart. Het betreft terreinen met behoudenswaardige vindplaatsen, zoals vermeld op de door rijk en provincie vastgestelde Archeologische Monumentenkaart (AMK). In Lopik betreft dit de historische dorpskernen alsmede terreinen in het buitengebied van de gemeente. De beleidsdoelstelling voor deze categorie is ‘duurzaam behoud’ i.c. instandhouding (‘behoud in situ’). Dit wordt juridischplanologisch verankerd via het bestemmingsplan (vergunningplichtige ingrepen en onderzoekseisen). Daarbij zijn de volgende ontheffingscriteria van toepassing: oppervlakte plangebied: tot 100m2 diepte bodemingreep: tot 30cm –mv [NB: onderzoekeis indien plangebied groter is dan 100m2 en bodemingreep dieper gaat dan 30 cm –mv] Categorie 3 Deze beleidscategorie omvat zones en terreinen met een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden, onder te verdelen in: bewoningslinten en oude woonplaatsen/terreinen met een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd (‘jonge archeologie’/cultuurhistorie); landschappelijke eenheden (jongere beddinggordels/stroomruggen) met een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden (late prehistorie t/m Nieuwe tijd). De beleidsdoelstelling voor deze categorie is archeologisch vooronderzoek om de archeologische verwachting nader te specificeren. Vervolgens wordt besloten of nader onderzoek nodig is, dan wel planaanpassing of vrijgave van het gebied. Dit wordt juridisch-planologisch verankerd via het bestemmingsplan (vergunningplichtige ingrepen en onderzoekseisen). Daarbij zijn de volgende ontheffingscriteria van toepassing: oppervlakte plangebied: tot 200 m2; diepte bodemingreep: tot 50cm -mv [NB: onderzoekeis indien plangebied groter is dan 200m2 en bodemingreep dieper gaat dan 50 cm –mv] Categorie 4 Deze beleidscategorie omvat de categorie middelhoge archeologische verwachting van de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Het betreft oudere, dieper gelegen stroomgordels en crevassen in de ondergrond, met een middelhoge kans op het aantreffen van archeologische waarden (Vroege en Late Prehistorie). De beleidsdoelstelling voor deze categorie is archeologisch vooronderzoek om de archeologische verwachting nader te specificeren, maar dan alleen bij grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen en bodemingrepen. Vervolgens wordt besloten of nader onderzoek nodig is, dan wel planaanpassing of vrijgave van het gebied. Dit wordt juridisch-planologisch verankerd via het bestemmingsplan (vergunningplichtige ingrepen en onderzoekseisen). Daarbij zijn de volgende ontheffingscriteria van toepassing: oppervlakte plangebied: tot 2.500 m2 diepte bodemingreep: 1 meter -mv [NB: onderzoekeis indien plangebied groter is dan 2.500m2 en bodemingreep dieper gaat dan 100 cm –mv] Categorie 5 Deze beleidscategorie omvat de categorie lage verwachting van de archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Het betreft landschappelijke eenheden (komgronden) met een lage kans op het aantreffen van archeologische waarden. De beleidsdoelstelling voor deze categorie is archeologisch vooronderzoek om de archeologische verwachting nader te specificeren, maar dan alleen bij zeer grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen, die onder de m.e.r.-plicht vallen. Vervolgens wordt besloten of nader onderzoek nodig is, dan wel planaanpassing of vrijgave van het gebied. Dit wordt juridischplanologisch verankerd via het bestemmingsplan. Categorie 6 (archeologievrij gebied) De categorie ‘geen archeologische verwachting’ van de archeologische waarden- en verwachtingenkaart heeft betrekking op zones of terreinen waar is vastgesteld dat geen bodemarchief (meer) aanwezig is, of waar behoudenswaardige archeologische resten zijn veiliggesteld door opgraving. De beleidsdoelstelling voor deze beleidscategorie is vrijgave voor andere ruimtelijke functies.

Rechtspraak bij dit artikel