Een aandachtspunt voor de relatie tussen het bodemarchief en monumenten is dat resten van de jonge ontginningsgeschiedenis niet alleen ondergronds, maar ook bovengronds bewaard en zichtbaar kunnen zijn (woonterpen/oude woonplaatsen, historische bouwwerken en infrastructuur, ontginningsboerderijen, dijken, watergangen, verkavelingspatronen, etc.). Hier ligt een relatie tussen archeologie, landschap en lokale/regionale geschiedenis.
Van niet te onderschatten betekenis is daarbij ook de informatiewaarde van bestaande bouwwerken. Het is een bekend verschijnsel dat bij het optrekken van een nieuw bouwwerk een eventuele oudere voorganger niet volledig werd gesloopt, maar men delen van de dragende constructie intact liet en hiervan gebruik maakte bij de nieuwbouw.18Delen van de dragende constructie kunnen bijvoorbeeld intact zijn gelaten voor hergebruik. Bekend is ook dat bij modernisering bestaande gevels niet werden gesloopt, maar slechts aan het oog werden onttrokken door er een nieuwe gevel tegenaan te plaatsen. Zie o.a. Eshuis 2009. Bouwhistorisch onderzoek is in dit kader op te vatten als een vorm van “bovengrondse archeologie”: behalve archeologisch onderzoek en archiefonderzoek kan ook bouwhistorisch onderzoek (bijvoorbeeld in het kader van restauratie, verbouwing en uitbreiding) een bijdrage leveren aan niet-gedocumenteerde oudere voorlopers van huidige bouwwerken en daarmee aan de geschiedenis van de locatie (inclusief het landschap).
Hier liggen beleidsmatige aanknopingspunten en kansen voor de eventuele verbreding van het archeologiebeleid naar een integraal monumenten/erfgoedbeleid (zie hoofdstuk 4-5). Met het oog hierop zijn de gebouwde monumenten in de gemeente Lopik op de archeologische verwachtingenkaart (kaart 8 en hoofdstuk 10, paragraaf 10.2.3) als attenderende verwachting opgenomen. Dit biedt de gemeente de mogelijkheid om bij planontwikkeling op dergelijke percelen en/of bij bouwkundige ingrepen bij/in monumenten (verbouwing, restauratie en uitbreiding) onderzoek uit te laten voeren om de archeologische verwachting te toetsen en een beslissing te nemen over het archeologische/cultuurhistorische belang.