Tussen Schoonhoven en IJsselstein ligt de gemeente Lopik ten noorden van de rivier de Lek, een rivier met prachtige uiterwaarden. De gemeente Lopik met een oppervlak van 7.940 ha bestaat uit de dorpen Benschop, Cabauw, Jaarsveld, Lopik, Lopikerkapel, Polsbroek, Polsbroekerdam, Uitweg en Wilgen Langerak. De gemeente kenmerkt zich door kilometerslange lintbebouwing en open polderlandschappen. De bestaansbronnen binnen de gemeente zijn landbouw en industrie (internet gemeente Lopik, 2008a). Qua grondgebruik is de landbouw veruit de grootste met 92,6%.
Het bebouwde deel omvat 2,6 %, natuur 2,2% en recreatie 0,6%.
Het grondgebied van de gemeente Lopik komt voor een groot deel overeen met de Lopikerwaard. Dit poldergebied ligt ingeklemd tussen de Hollandse IJssel in het noorden en noordoosten, en de Lek in het zuiden en is grotendeels gelegen in de provincie Utrecht. Deze polder was oorspronkelijk een moerasgebied. Vanaf de elfde eeuw werd een start gemaakt met de ontgin- ning van het gebied. Het onontgonnen gebied werd volgens een vaste maatvoering door de grondeigenaren uitgegeven, waarna deze gronden door een zogenaamde coper in kavels werden verdeeld onder kolonisten die de gebieden vervolgens ontgonnen. Een cope is een overeenkomst of een contract om een gebied (perceel) te mogen ontginnen.
De maatvoering van een kavel bedroeg 1.250 meter in lengte en 113 meter in breedte. Dit werd een hoevemaat genoemd. Het aantal hoeven, die op de kop van de kavel werden geplaatst, verschilde per perceel. De ontginners groeven parallelle sloten om het water af te voeren. Langs de achterzijde werd een dwarssloot of dwarsdijkje aangelegd om te voorkomen dat water van het, hoger liggende, onontgonnen veengebied op het land voor problemen zou zorgen. Tevens werden er rondom de percelen vaak dijken opgeworpen om het water uit de omringende gebieden te weren.
Het ontginningspatroon is tot 1980 vrijwel ongewijzigd gebleven. Wel zijn door veranderingen in de landbouw, woningbouw en infrastructuur veel natuurwaarden verloren gegaan. In de laatste decennia is er toenemende aandacht voor natuur en landschap. Het afwisselende landschap van de Lopikerwaard bestaat uit grote open weidegebieden, geriefbosjes en houtwallen afgewisseld met kilometerslange lintbebouwingen. De bebouwingslinten kronkelen zich als aders door het landschap en vormen een netwerk van cultuurhistorisch erfgoed en landbouweconomische activiteit. Elk erf lijkt op een klein dorpje van velerlei bouwsels, gegroepeerd om het hoofdgebouw. De boerderijen zijn voortgekomen uit eeuwenlange ervaring in landbouwpraktijk en de verschijningsvorm is mede daardoor bepaald. Daarnaast was natuurlijk de bodemgesteldheid en het type landbouwbedrijf van invloed. In de Utrechtse Waarden was dat aanvankelijk een gemengd bedrijf gericht op zelfvoorziening. In de loop der tijd is men vanwege de bodemgesteldheid overgegaan op de veehouderij met zuivelproductie. De eeuwenlange aanpassingen hebben het huidige aanzicht van het platteland bepaald. Een voorbeeld hiervan zijn de melkrundveehouderijen met kaasmakerij op boerderijniveau die als kleine neventak vleesvarkens houden om de resterende kaaswei op te voeren.
Pas sinds de 16e eeuw werd stenen boerenbebouwing mogelijk. Hoewel er al sinds de ontginning in de 11e eeuw gewoond en geboerd werd in het gebied van de "Utrechtse waarden", zijn alle boerderijen van voor 1500 verdwenen. De als oudst bekendstaande boerderij uit de streek stamt uit 1561, maar verreweg de meeste stammen uit de periode 1850-1920. De Boerderijenstichting heeft in de Utrechtse Waarden al drie keer een boerderij tot boerderij van het jaar in de Utrechtse Waarden gekozen. Deze boerderijen hebben gemeen dat op de erven 'ouderwetse' materialen gebruikt zijn en is gewerkt met oude vormen en kleuren. Nieuwe ontwikkelingen zijn wanneer dat nodig was ingepast met behulp van streekeigen beplantingen en soorten.
Het afwisselend landschap van uitgestrekte graslanden, geriefbosjes, wetering en houtkaden biedt goede levenskansen aan veel vogelsoorten. De Lopikerwaard telt ruim 100 soorten broedvogels.
Het zuidelijke deel in de uiterwaarden van de Lek is tevens deels aangewezen als Europees te beschermen Natura 2000 gebied.
Foto 5: meteomast vanaf de Lek
De Utrechtse gemeente Lopik grenst aan de west en zuidzijde aan de provincie Zuid-Holland. In de gemeenten Lopik zijn ongeveer 14.000 mensen woonachtig (internet gemeente Lopik, 2008).
De gemeente Lopik telt circa 655 bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen. Hiervan zijn ca. 320 bedrijven in de landbouwsector actief. Verder zijn er circa 5.400 woonadressen binnen de gemeentegrenzen, waarvan ruim 1.800 in het buitengebied. Van de inwoners is 4% werkzaam in de landbouw, 38% in de winning en nijverheid en 58% in de (niet-)commerciële dienstverlening (internet CBS, 2008).
Er zijn 90 landbouwbedrijven zonder vee. Van de 230 resterende agrarische bedrijven met een milieuvergunning of melding die in hoofdzaak of als neventak dieren houden zijn 74 bedrijven als intensieve veehouderijen aan te merken.