Op 7 november 2006 is de nieuwe “Wet van 5 oktober 2006, houdende regels inzake geurhinder vanwege tot veehouderijen behorende dierverblijven”, kortweg de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), in het Staatsblad gepubliceerd (VROM, 2006a). Bij besluit van 12 december 2006 is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2007 (VROM, 2006c). De Wgv maakt onderscheid in gebieden waar geurbeleving anders wordt ervaren en dieren met vaste afstanden en dieren met geurnormen. Afhankelijk van de vaste afstand of berekende afstand kan bijvoorbeeld de vergunning worden verleend of een bestemming worden gewijzigd. De Wgv geeft het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om maatwerk te leveren door de normen of afstanden binnen een wettelijke marge voor een bepaald (deel)gebied te wijzigen. De gemeente kan het gebiedsgericht geurbeleid (maatwerk) als sturingsinstrument gebruiken. Omdat de gemeente Lopik niet is gelegen in een reconstructiegebied, gold hier tot 1 januari 2007 het regiem van de richtlijn Veehouderij en Stankhinder (VROM, 1996), de Brochure Veehouderij en Hinderwet (VROM, 1985b) en het rapport 46 uit de publikatiereeks lucht (VROM, 1985a). Hierin zijn voor extensieve veehouderijbedrijven vaste afstanden opgenomen ongeacht de hoeveelheid dieren. Voor intensieve veehouderijbedrijven zijn op basis van het aantal (en soort) dieren het aantal mestvarkeneenheden (m.v.e.) te berekenen en voor elk aantal m.v.e. geldt een minimaal aan te houden afstand. De afstanden zijn voor beide type van veehouderij verschillend per omgevingscategorie (mate van geurgevoeligheid afhankelijk van de aard en de omgeving).
Wettelijke marges uit artikel 6 Wgv:
Bij gemeentelijke verordening kan worden bepaald dat binnen een deel van het grondgebied van de gemeente een andere waarde van toepassing is dan de desbetreffende waarde, genoemd in artikel 3, eerste lid, met dien verstande dat deze andere waarde:
binnen een concentratiegebied, binnen de bebouwde kom niet minder bedraagt dan 0,1 odour unit per kubieke meter lucht en niet meer dan 8,0 odour units per kubieke meter lucht;
binnen een concentratiegebied, buiten de bebouwde kom niet minder bedraagt dan 2,0 odour units per kubieke meter lucht en niet meer dan 20,0 odour units per kubieke meter lucht;
Bij gemeentelijke verordening kan worden bepaald dat binnen een deel van het grondgebied van de gemeente een andere afstand van toepassing is dan de afstand, genoemd in artikel 4, eerste lid, met dien verstande dat deze:
binnen de bebouwde kom ten minste 50 meter bedraagt;
buiten de bebouwde kom ten minste 25 meter bedraagt.
De nieuwe wet (Wgv) kent voor de extensieve veehouderijen nog steeds de vaste afstanden. Voor de intensieve veehouderijen wordt de geurconcentratie echter uitgedrukt als aantallen Europese odour units in een volume eenheid lucht (ouE/m3).
Gelijk aan de oude systematiek wordt op basis van de aantallen en diersoorten het aantal odour units bepaald, maar hierbij geldt geen vaste afstand meer per aantal odour units. De geurbelasting wordt nu bepaald aan de hand van een verspreidingsmodel (V-stacks). Dit verspreidingsmodel is geïnspireerd door het geurbeleid voor industriële bedrijven en de geluidsregelgeving. Voor de geurgevoelige objecten wordt geen onderscheid meer gemaakt in omgevingscategorieën, maar in concentratiegebieden en nietconcentratiegebieden en binnen en buiten de bebouwde kom. In paragraaf 2.4 wordt hier verder op ingegaan. Ook maakt de Wgv het mogelijk om met gebiedsgericht beleid binnen een in de wet bepaalde marge af te kunnen wijken (internet Infomil, 2007). Voor de gemeente Lopik betekent dit dat het gebiedsgerichte geurbeleid als sturingsinstrument kan worden gebruikt om de gewenste ruimtelijke inrichting te bevorderen. Door de veehouderijbedrijven in de open gebieden bijvoorbeeld meer ruimte te geven dan in de burgerbebouwingslinten tegen de bebouwde kommen is hier ook meer geurontwikkelruimte. Anderzijds ontstaat door de beperkte ontwikkelruimte in de burgerbebouwingslinten ruimte voor toekomstige uitbreidingen van woongebieden en zal hier op termijn ook de geurbelasting afnemen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Wet geurhinder en veehouderij in vogelvlucht
Onderdeel van Geurgebiedsvisie Lopik