Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.3

Evaluatie

Onderdeel van Geurgebiedsvisie Lopik

Het doel van de geurgebiedsvisie is bereikt als een goede balans tussen geurbelasting en geurbeleving is gevonden. Het middel hiervoor is de geurgebiedsvisie en bijbehorende geurverordening. Door een andere normstelling zijn er uiteraard niet direct resultaten. Overbelaste situaties zullen op termijn afnemen door actualisatie en verbeterde technieken toe te passen in bestaande stallen en bedrijven vergunningen wijzigen of intrekken en de dierrechten verplaatsen naar bedrijven die vrij liggen. Om te kunnen sturen bij deze ontwikkelingen is monitoring en evaluatie van groot belang. Bij het milieujaarverslag wordt hiervoor een paragraaf opgenomen om de ontwikkelingen bij de vergunningen (bronnen) en geurgevoelige objecten (receptoren) te monitoren. Zo nodig kan het college een voorstel toevoegen voor het geheel of gedeeltelijk herzien van de geurgebiedsvisie. Bij de evaluatie en, indien van toepassing, het herzieningsvoorstel betrekt het college de raad. De verordening wordt, indien nodig, eens in de vijf jaar herzien en jaarlijks wordt, gelijk aan het milieu-uitvoeringsplan, de geursituatie geëvalueerd. Los van de herzieningen van de verordening of geurgebiedsvisie die plaatsvinden op grond van deze periodieke evaluaties kunnen nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe inzichten aanleiding geven tot tussentijdse herzieningen. Hierbij kan gedacht worden aan herzieningen die voortkomen uit de vaststelling van de bestemmingsplannen en structuurvisies, of de vaststelling van nieuw regionaal-, provinciaal- of rijksbeleid.

Rechtspraak bij dit artikel