Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.2

Juridische vormgeving

Onderdeel van Geurgebiedsvisie Lopik

De gebiedsvisie geeft aan de hand van analyses en afwegingen een visie op het gebied waarbij wordt gekeken in welke deelgebieden afgeweken gaat worden van de wettelijke geurnormen. Tevens wordt gekeken of de vaste afstanden volgens de Wgv, aangepast moeten worden. De vertaling van de gebiedsvisie in concrete normen per gebied en aanpassing van de vaste afstanden zal plaatsvinden in de geurverordening met bijbehorende kaart. De Wgv stelt in de toelichting het volgende met betrekking tot de rechtsbescherming ten aanzien van de verordening. “De rechtsbescherming tegen de gemeentelijke verordening is gelijk aan die van elke andere krachtens de Gemeentewet vastgestelde verordening. Tegen een dergelijke verordening staat in beginsel geen beroep open bij de bestuursrechter. Ervan uitgaande dat het bevoegd gezag binnen de bandbreedten in artikel 6 en de criteria in artikel 8 volledige beleidsvrijheid toekomt en rekening houdend met de democratische legitimatie van de andere waarde of afstand door de gemeenteraad, kan een dergelijk beroep ook achterwege blijven.” De gemeente Lopik heeft, om maximale inspraak te garanderen bij een gemeentelijke verordening, een inspraakverordening vastgesteld (Gemeente Lopik, 2003) die de inspraakprocedure regelt rondom een verordening. Concreet betekent dit dat de ontwerpverordening 6 weken ter inzage zal liggen alvorens de raad de verordening vaststelt. In deze 6 weken kunnen belanghebbenden hun zienswijze op de verordening kenbaar maken. Het college verzamelt de zienswijzen en maakt ter afronding van de inspraak hiervan een eindverslag op. Dit eindverslag zal met de verordening aan de gemeenteraad worden aangeboden. Met deze extra inspraak kan de gemeenteraad alle belangen meewegen alvorens de verordening vast te stellen. Foto 19: rundveebedrijf tegen het centrum aan de Lopikerweg Oost Zoals reeds eerder aangegeven is er geen beroep mogelijk tegen de verordening. Dit betekent dat indien belanghebbenden het niet eens zijn met de normen zoals deze na behandeling in de gemeenteraad in de verordening zijn vastgesteld, deze normen alleen bestreden kunnen worden in een concrete procedure bij een vergunning in het kader van de Wet milieubeheer, of een procedure in het kader van de Wet Ruimtelijke Ordening. Individuele toetsing en relatie met ruimtelijke ordening De individuele toets blijft bij elke aanvraag voor een milieuvergunning van belang. De gebiedsindeling die in de verordening is vastgelegd en benoemd, schept duidelijkheid, maar voor elke situatie is een individuele toetsing noodzakelijk. Met de diersoorten en aantallen uit de vergunningaanvraag of melding en de vaste afstanden en immissienormen voor de geurgevoelige objecten uit de verordening wordt bepaald of de situatie vergunbaar is. Maar of de dieren worden gehouden volgens de best beschikbare techniek moet individueel worden bezien. Deze gebiedsvisie houdt rekening met toekomstige ontwikkelingen, maar de onvoorziene ontwikkelingen moeten vanuit de omgekeerde werking zoals beschreven in de handreiking (VROM, 2007a) worden getoetst aan de gebiedsvisie en in de verordening opgestelde grenswaarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel