De parkeerbehoefte wordt berekend door de parkeernorm zoals bedoeld in artikel 1, te vermenigvuldigen met het totaal aantal eenheden of totale oppervlakte van de ontwikkeling. De rekeneenheid per functie is opgenomen in tabel 1 van de Bijlage.
De benodigde ruimte voor inpandig parkeren wordt niet meegerekend in het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlak waarvoor de parkeerbehoefte wordt berekend.
De totale parkeerbehoefte wordt altijd naar boven afgerond naar een heel aantal parkeerplaatsen, nadat het bepaalde in lid 4 tot en met 7 is verrekend.
Bestaande parkeertekorten uit het verleden hoeven niet te worden opgelost.
Op basis van de parkeernormen als bedoeld in artikel 1, wordt de parkeerbehoefte van de oude/huidige situatie in mindering gebracht op de parkeerbehoefte van de nieuwe situatie. Bij een leegstandsperiode van meer dan 5 jaar is de oude/huidige parkeerbehoefte gelijk aan ‘0’.
Het aantal bestaande parkeerplaatsen die door de ontwikkeling verloren gaan, moeten worden gecompenseerd.
Indien parkeerplaatsen op eigen terrein verloren gaan, geldt hiervoor een maximaal aantal te compenseren parkeerplaatsen dat gelijk is aan de parkeerbehoefte van de nieuwe situatie.
Wanneer op eigen terrein meer parkeerplaatsen verloren gaan dan de parkeerbehoefte van de nieuwe situatie, hoeft het deel boven de parkeerbehoefte van de nieuwe situatie niet gecompenseerd te worden.
Als in een ontwikkeling verschillende functies worden ondergebracht, kan eventueel sprake zijn van dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Het drukste moment kan per functie namelijk verschillen. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte mag een parkeerbalans worden opgesteld. De aanwezigheidspercentages zoals opgenomen in tabel 2 van de Bijlage moeten hierbij worden toegepast. De parkeerbalans kan alleen worden toegepast wanneer verschillende functies binnen de ontwikkeling gebruik maken van dezelfde parkeergelegenheid.
Hoofdstuk
Artikel 2.
Berekening parkeerbehoefte
Onderdeel van Nota beleidsregels parkeren De Fryske Marren