Gehandicaptenparkeerplaatsen worden op zo kort mogelijke loopafstand van de hoofdingang aangelegd.
De parkeerplaatsen en eventuele toegangsweg moeten voldoen aan de afmetingen, zoals opgenomen in CROW publicatie “ASVV 2012, Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom” (publicatienummer 723). Een individuele parkeerplaats moet voldoen aan de volgende minimale afmetingen:
ten minste 2,50 m breed en 5,50 m lang (carport of oprit);
ten minste 2,80 m breed en 5,50 m lang (garagebox);
kleinere parkeerplaatsen worden niet als parkeerplaats beschouwd.
Voor parkeerplaatsen in (gebouwde) parkeervoorzieningen en parkeerterreinen gelden de maten zoals opgenomen in de meest recente NEN2443:2013.
Parkeerders moeten onafhankelijk van elkaar kunnen wegrijden. Bij twijfel moet dit met behulp van rijcurves inzichtelijk worden gemaakt.
Bezoekersparkeerplaatsen dienen tijdens de openingsuren van de functie voor de bezoekers feitelijk openbaar toegankelijk te zijn en te blijven.
Indien een ontwikkeling gefaseerd wordt uitgevoerd, wordt vóór in gebruik name minimaal de parkeerbehoefte van de betreffende fase gerealiseerd.
Indien het plan voorziet in parkeerplaatsen bij woningen op eigen terrein wordt, tenzij in het bestemmingsplan anders is bepaald, gerekend met de volgende rekenwaarde
Hoofdstuk
Artikel 3.
Bepaling parkeeraanbod
Onderdeel van Nota beleidsregels parkeren De Fryske Marren