Parkeren maakt integraal onderdeel uit van een ontwikkeling en dient op eigen terrein te worden ingepast. Een parkeerplaats geldt als parkeerplaats op eigen terrein indien:
de parkeerplaats in eigendom is bij de initiatiefnemer of;
de parkeerplaats in erfpacht is uitgegeven, verhuurd of in gebruik is gegeven aan de initiatiefnemer of;
in de omgevingsvergunning, bouwvergunning, de huur- of de koopovereenkomst of;
in de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat parkeergelegenheid is bedoeld voor het adres van de initiatiefnemer.
Indien is aangetoond dat niet aan het bepaalde zoals bedoeld in lid 1 kan worden voldaan, dient het parkeren opgevangen te worden met reeds aanwezige openbare parkeergelegenheid op redelijke loopafstand, als bedoeld in tabel 3 van de Bijlage, van de hoofdingang van de ontwikkeling. De aanvrager moet met een parkeeronderzoek (niet ouder dan 2 jaar) aantonen dat na realisatie van de ontwikkeling nog voldoende openbare parkeerruimte aanwezig is. Er is sprake van voldoende openbare parkeerruimte indien de bezettingsgraad na realisatie van de ontwikkeling op het maatgevend moment niet boven de 85% komt. Het parkeeronderzoek wordt uitgevoerd door een verkeersadviesbureau. De onderzoek momenten worden in overleg met de gemeente bepaald. Zowel de resultaten van het onderzoek als een bijbehorend advies over eventueel voldoende openbare parkeerruimte in de omgeving, wordt door de aanvrager ter beoordeling aan het college voorgelegd. De kosten voor het uitvoeren van het onderzoek en het bijbehorend advies zijn voor de aanvrager. De gemeente kan reden hebben geen openbare parkeerplaatsen aan te wenden ten behoeve van de ontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de gemeente andere ontwikkelingen in de omgeving voorziet. Wanneer dit laatste het geval is, zal de gemeente dit aangeven bij het overleg over de momenten waarop het onderzoek moet plaatsvinden.
Indien niet aan het bepaalde zoals bedoeld in lid 2 kan worden voldaan, dient het parkeren op een naburig (privaat) perceel te worden gerealiseerd op redelijke loopafstand, als bedoeld in tabel 3 van de Bijlage, van de hoofdingang van de ontwikkeling. Door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst moet worden aangetoond dat deze parkeerplaatsen op dit perceel uitsluitend voor de betreffende ontwikkeling beschikbaar zijn en blijven.
Indien niet aan het bepaalde zoals bedoeld in lid 3 kan worden voldaan, dient het parkeren in de openbare ruimte te worden aangelegd op redelijke loopafstand, als bedoeld in tabel 3 van de Bijlage, van de hoofdingang van de ontwikkeling. Voor de openbare parkeerplaatsen dient de aanvrager een inrichtingsvoorstel in, voorzien van maatvoering en op schaal getekend. De kosten voor het opstellen van een dergelijk ontwerp zijn voor de aanvrager. De realisatie van de parkeerplaatsen dient stedenbouwkundig en verkeerskundig aanvaardbaar te zijn. Het college laat het werk uitvoeren en stelt voorwaarden ten aanzien van uitvoering en materiaalkeuze. Aanleg- en uitvoeringskosten zijn voor de aanvrager. Hiervoor wordt een schriftelijke overeenkomst gesloten.
Indien niet aan het bepaalde zoals bedoeld in lid 4 kan worden voldaan, dient het parkeren met een gelijkwaardig alternatief te worden gerealiseerd. Een dergelijke oplossing betreft maatwerk. Een voorbeeld zou kunnen zijn het op grotere afstand aanleggen van parkeergelegenheid in combinatie met een bus- of shuttle dienst. Ook het realiseren van een (gebouwde) parkeervoorziening samen met andere ontwikkelaars in de omgeving behoort tot een mogelijk gelijkwaardig alternatief.
Hoofdstuk
Artikel 4.
Locatie van het parkeren
Onderdeel van Nota beleidsregels parkeren De Fryske Marren