De samenleving verandert en daarmee ook de verhouding tussen burger en overheid. Burgers ondernemen steeds vaker actie in hun woon- en leefomgeving. Ze denken mee met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en dragen met initiatieven bij aan oplossingen voor tal van ruimtelijke knelpunten. Dit noemen we burgerparticipatie. In de ruimtelijke ordening speelt burgerparticipatie al langer een belangrijke rol. De burger wil graag invloed uitoefenen op besluiten met betrekking tot de kwaliteit van zijn eigen woon- en leefomgeving. De wetgever biedt deze ruimte. Denk hierbij aan de procedure van een nieuw bestemmingsplan en de mogelijkheden tot indienen van bezwaar. In eerste instantie bleef burgerparticipatie voornamelijk beperkt tot het geven van reacties op genomen besluiten. Inmiddels is burgerparticipatie zodanig ontwikkeld dat de burger een rol speelt bij de totstandkoming van (ruimtelijke) besluiten. Het verschil is dat burgers nu echt worden betrokken bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen, waar zij voorheen slechts recht hadden op inspraak wanneer het
ruimtelijk plan al was opgesteld. Aan de overheid de lastige taak om tot een collectief besluit te komen door al deze partijen en hun strategieën te coördineren (Van Rooijen, 2015). Inmiddels zien we nu opnieuw een verschuiving van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie. Als gevolg van de economische crisis in 2008 en daarmee het vastlopen van veel projecten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling groeide ook vanuit de overheid de noodzaak om het initiatief bij ruimtelijke plannen nog verder over te laten aan burgers. Daarbij komt dat de gemeenten steeds meer taken krijgen die ze met minder middelen moeten uitvoeren. Het is nu de overheid die participeert in een dynamische netwerksamenleving. Kenmerkend voor deze ontwikkeling is dat overheden een stapje terug doen om bewoners de ruimte te geven om hun woonomgeving te verbeteren. Lokale overheden hebben voornamelijk een ondersteunende ofwel faciliterende rol (Van Rooijen, 2015). Deze benadering vereist ook een andere organisatie van de gemeente. Feit is dat de gemeente ruimte moet bieden aan initiatieven uit de samenleving omdat partijen elkaar nodig hebben om ruimtelijke ambities te verwezenlijken. Lokale overheden zullen zich nog meer moeten voegen naar hun rol als facilitator. Bij deze nieuwe rol hoort een innovatief toetsingskader. Wat ons betreft vormt een bestemmingsplan met “verbrede reikwijdte”, als voorloper van het Omgevingsplan, dit gewenste toetsingskader.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
Burgerparticipatie en overheidsparticipatie
Onderdeel van Visie op de linten