Het gemeentelijk ruimtelijk beleid is verankerd in het geldende bestemmingsplan Landelijk gebied en de Toekomstvisie 2030 van de gemeente Lopik. Daarnaast maakt de gemeente gebruik van enkele beleidsnotities om sturing te geven aan de verbetering van ruimtelijke kwaliteit. Bepalend hierbij is de beleidsnotitie LopikMEerwaard. In het beleid LopikMEerwaard zijn spelregels opgesteld voor het behoud en versterken van kernkwaliteiten en de potenties van het landelijk gebied. Deze zijn vertaald in toetsingscriteria. Het kenmerkende uitgangspunt van LopikMEerwaard is: “voor wat hoort wat”. Uitgangspunt en belangrijke randvoorwaarde bij het toestaan van de verruimde mogelijkheden in het kader van LopikMEerwaard is dus, dat deze ontwikkelingen gepaard dienen te gaan met een ruimtelijke kwaliteitsverbetering.
2.5.1. "Nota ruimtelijke kwaliteit gemeente Lopik"
In de Nota ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Lopik worden karakteristieke inrichtingsprincipes beschreven en verbeeld. Bij het opstellen van deze inrichtingsprincipes is aansluiting gezocht bij de inrichtingsprincipes uit "Linten in de leegte" (zie verderop). Hoewel de Nota ruimtelijke kwaliteit een formeel toetsingskader is, heeft het vooral een uitnodigend en enthousiasmerend karakter. Aan de hand van goede voorbeelden en duidelijke gebiedsbeschrijvingen worden initiatiefnemers geïnformeerd over de karakteristiek en de waarden van hun leefomgeving en gestimuleerd om hun (bouw)plannen hierop aan te passen. Bedoeling is om de ruimtelijke kwaliteit per perceel te versterken om zo in de totale gemeente de ruimtelijke kwaliteit te kunnen verbeteren.
2.5.2. "Landschapsontwikkelingsplan (LOP)"
Ter bevordering van de landschappelijke kwaliteit in de Lopikerwaard heeft de gemeente Lopik in samenwerking met de gemeenten Montfoort en Oudewater een landschapsontwikkelingsplan opgesteld (2005). In dit plan geven de gemeenten een visie op de ontwikkeling van het landschap. De landschapsontwikkelingsvisie gaat uit van behoud en versterking van de openheid in de polders en versterking van het half open karakter van de stroomruggen. Voor de gemeente staat behoud en ontwikkeling van de streekeigen identiteit, verscheidenheid en beleving van het landschap voorop, onder de voorwaarde dat een groot deel van het gebied levensvatbaar blijft voor de landbouw en met name de veeteelt. Er is echter behoefte aan het inpassen van tal van niet-agrarische ontwikkelingen. Bij het vaststellen van nieuwe ontwikkelingsrichtingen moeten de bestaande kwaliteiten van het landschap als basis en richtinggevend kader dienen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
2.5.3.Overige beleidskaders en notities
Het handboek bebouwingslinten in de Utrechtse Waarden "Linten in de Leegte" vormt een inspiratiebron voor iedereen die woont in het buitengebied van de Utrechtse Waarden. Het laat de oorsprong en streekeigenheid zien. Daarnaast worden alle groene en rode streekeigen elementen beschreven. Daarbij wordt op het niveau van de bouwkavel een aantal inrichtingsprincipes uitgewerkt. Net als bij de Nota ruimtelijke kwaliteit is de gedachte dat als de opzet van de bouwkavel goed is, de belangrijkste kwaliteiten van de linten zijn gewaarborgd. We bouwen de ruimtelijke kwaliteit van onderaf op! Elke nieuw bouwplan zou feitelijk altijd getoetst moeten worden aan de uitgangspunten van “Linten in de leegte”.