Wat in de gemeente Lopik begon als een experiment is inmiddels uitgegroeid tot een beproefde werkwijze. Met LopikMEerwaard geeft de gemeente Lopik uitvoering aan uitnodigingsplanologie. Het beleidskader geeft de gemeente de gelegenheid om haar nieuwe faciliterende rol op te pakken en ruimte te bieden aan tal van kansrijke projecten die mede gericht zijn op de verbetering van ruimtelijke kwaliteit. Bij deze projecten gaat het vooral om maatwerk omdat het belangrijkste ruimtelijke beleid, het geldende bestemmingsplan “Landelijk gebied”, nog niet voorziet in een benodigde kwaliteitskader. Met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan met verbrede reikwijdte moet LopikMEerwaard nog meer onderdeel uit gaan maken van vast beleid. Daarbij ligt de uitdaging voor een groot deel in het vaststellen van ruimtelijke kwaliteit en het vastleggen en verplichten van kwaliteitsverbetering.
Kwaliteit vastleggen en verplichten
Bij de planvorming is er over het algemeen grote bereidheid om in te zetten op kwaliteitsverbetering. Zeker als deze kwaliteitsverbetering de sleutel is naar nieuwe, ruimere, ontwikkelmogelijkheden. Maar hoe garandeer je de uitvoering van kwaliteitsverbetering? Binnen het huidige wettelijke kader is dit vaak nog lastig omdat, bijvoorbeeld in bestemmingsplannen, voornamelijk uitgegaan wordt van kwantitatieve regelgeving in plaats van kwaliteitscriteria. Het nieuwe wettelijke kader van de Omgevingswet lijkt hier verandering in te brengen.
Kwaliteit vaststellen
Ruimtelijke kwaliteit wordt niet door iedereen op dezelfde manier beleefd. Kwaliteit is subjectief. Niet iedereen vindt dan ook hetzelfde belangrijk, mooi of waardevol. Daarover moet je in gesprek blijven. Dit gesprek is nodig om erachter te komen hoe alle belanghebbenden de huidige kwaliteiten ervaren en welke ambities zij hebben met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit. Het vaststellen van ruimtelijke kwaliteit zal altijd uitkomst zijn van een gezamenlijke zoektocht naar gedeelde waarden. Op basis van die waarden kunnen plannen ontstaan met voldoende draagvlak. Om ruimtelijke kwaliteit bij planontwikkeling te benoemen is een matrix opgesteld (Hooijmeijer, 2001) waarin de begrippen belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde gekoppeld kunnen worden aan belangen passend bij een gebied. De matrix is daarbij niet bedoeld als uitputtende lijst. De belangen genoemd in de matrix zijn bedoeld als denkrichting en geven inhoud aan de mogelijke uitwerking van ruimtelijke kwaliteit.
Om ruimtelijke kwaliteit beter de kunnen verankeren in ons gemeentelijk beleid zullen wij voor alle in deze visie uit te werken beleidsopgaven koppelen aan de waarden en belangen van onderstaande matrix. Door elke beleidsopgave vanuit ruimtelijke kwaliteit te beoordelen en “bouwstenen voor beleid” op te stellen, kunnen we de verbetering van kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen verankeren.
(Matrix opgesteld door Hooimeijer, 2001)
Wanneer we de eerder genoemde matrix vertalen naar de aanwezige belangen in het landelijk gebied in het algemeen krijgen we de onderstaande tabel. De genoemde belangen kunnen een opmaat zijn voor verdere regelgeving in het nieuw op te stellen bestemmingsplan voor het landelijk gebied.
Landelijk gebied
Belevingswaarde
Behoud van de landschappelijke karakteristiek met cultuurhistorische bebouwing en natuurlijke waarden;
Het realiseren van een aantrekkelijke omgeving;
Sociaal veilige en vitale leefomgeving;
Ontwikkeling van recreatieve en culturele voorzieningen op de schaal van onze gemeente;
Behoud identiteit door agrarische karakter en de aanwezigheid van boerenerven en het behoud oorspronkelijke agrarische functies.
Gebruikswaarde
Passende ontwikkelingsmogelijkheden voor aan het landelijk gebied verbonden activiteiten;
Ruimte voor meervoudig ruimtegebruik en flexibiliteit;
Aandacht voor bereikbaarheid en toegankelijkheid;
Stimulerende maatregelen gericht op keuzevrijheid en verscheidenheid;
Goed woon- en leefklimaat.
Toekomstwaarde
Borging kernkwaliteiten landelijk gebied;
Ontwikkelingen van breed draagvlak;
Goede condities voor sociaaleconomische vitaliteit landelijk gebied;
Goede basis voor de ontwikkeling en het behoud van landschappelijke kwaliteit;
Duurzame inrichting watersystemen en samenhang tussen gebieden met natuurlijke waarden.