De hoofdfunctie in het landelijk gebied is grondgebonden landbouw. Voornamelijk in de vorm van melkveehouderij en fruitteelt. Daarnaast kennen wij ook overige veehouderijen (gemengde bedrijven en opfokbedrijven) en een klein aantal intensieve veehouderijbedrijven. In totaal zijn er in de gemeente Lopik nu nog 231 percelen met een agrarische bedrijfsbestemming. Uit de agrarische enquête 2016 is duidelijk gebleken dat het aantal nog actieve agrarische bedrijven aanzienlijk lager ligt. Vergelijkbaar met het algemene beeld in de provincie Utrecht zien we dat in onze gemeente het aantal bedrijven en arbeidskrachten in de agrarische sector afneemt terwijl het aantal dieren is toegenomen. Gelet op de veranderende wet- en regeling is het de verwachting dat ook het aantal dieren (gedwongen) af zal nemen.
Verdeling bedrijfstype onder respondenten (153 bedrijven) agrarische enquête 2016
Het areaal grond dat gebruikt wordt door de agrarische sector is nagenoeg gelijk gebleven. Verreweg het grootste deel van de grond is in gebruik als grasland ten behoeve van de melkveehouderij.
Verdeling grondgebruik per bedrijfstype onder respondenten ( 153 bedrijven) agrarische enquête 2016
De resultaten van de agrarische enquête bevestigen tevens dat de agrarische sector behoorlijk vergrijst is. Bijna 80% van de bedrijven wordt gerund door een bedrijfshoofd die ouder is dan 50 jaar. Circa 20% van alle respondenten is een bedrijfshoofd ouder dan 65 jaar. Onder de respondenten blijkt dat het aantal bedrijven dat kan rekenen op bedrijfsopvolging nog redelijk hoog is. Vooral in de melkveehouderij kan een ruime meerderheid van de bedrijfshoofden voorlopig nog rekenen op opvolging. Kijken we naar de bedrijfsgroottestructuur van de agrarische bedrijven in Lopik dan komen we op basis van de agrarische enquête 2016 tot het volgende overzicht.
Omvang bedrijf
Zeer klein bedrijf
Klein bedrijf
Middelgroot bedrijf
Groot bedrijf
Geen reactie
% respondenten
24
20
11
11
34
Bedrijfsgrootte bepaald aan de hand van NSO-typering
Om bedrijven van respondenten te kunnen vergelijken is de NSO-typering gebruikt. Daarbij worden economische normen gebruikt: de Standaardopbrengst (SO) en de Standaardverdiencapaciteit (SVC). Daarmee zijn bedrijven te vergelijken op basis van waarde en arbeidsbehoefte. Opvallend is dat de meeste bedrijven van de respondenten behoren tot de categorieën zeer klein bedrijf en klein bedrijf.
Daarnaast hebben wij het sterke vermoeden dat een groot deel van de agrarische bedrijven waarvan wij geen reactie hebben mogen ontvangen op de agrarische enquête ook behoort tot één van deze twee categorieën. De zeer kleine en kleine bedrijven zijn op voorhand de bedrijven waarvan het de vraag is of deze niet binnen afzienbare tijd zullen stoppen met hun bedrijfsvoering. Met dit gegeven zullen we in ons ruimtelijk beleid rekening moeten houden.