DAKKAPELLEN
op dakvlak grenzend aan het voorerfgebied
Algemeen:
Dakkapellen zijn voor wat betreft positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering:
ondergeschikt in het dakvlak
afgestemd op de architectuur en kapvorm
afgestemd op bestaande dakkapellen op de woning of op het bouwblok.
Specifiek:
Positionering
in het onderste deel van het dakvlak
rekening houden met gevelkozijnen
bij boerderijen: op het voorhuis
Maatvoering
bescheiden en afgestemd op de maat en schaal van gevelelementen
aan beide zijden van de dakkapel resteert (ruim) dakvlak , van minimaal 50 centimeter
richtlijn hoogte: maximaal 1,75 meter
richtlijn breedte: maximaal 50% van de breedte van het dakvlak
Verschijningsvorm
voorzijde maximaal transparant
kozijnindeling afgestemd op de indeling van gevelkozijnen
Materiaal, kleur en detaillering
afgestemd op bestaande bebouwing en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter
OPGETROKKEN GEVELDELEN
Algemeen:
Deze toevoegingen aan het dakvlak zijn voor wat betreft positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering:
ondergeschikt in het dakvlak
afgestemd op de architectuur en kapvorm
afgestemd op bestaande soortgelijke toevoegingen op de woning of op het bouwblok
Specifiek:
Voor positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detailleringgelden gelden bovengenoemde criteria voor dakkapellen.
Herhaling zelfde exemplaren behouden.
Onderin dakvlak.
Ondergeschikt aan dakvlak en afgestemd op architectuur.
DAKOPBOUWEN
Algemeen:
Dakopbouwen zijn voor wat betreft positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering:
gericht naar achterzijde
ondergeschikt aan het hoofdgebouw
afgestemd op het hoofdgebouw
gelijkvormig aan eerder geplaatste dakopbouw op hetzelfde bouwblok, of op een soortgelijk bouwblok in de directe omgeving, en gerangschikt op dezelfde horizontale lijn
Specifiek:
Positionering
bij een individueel hoofdgebouw gecentreerd in het dakvlak of afgestemd op de gevelgeleding
Maatvoering
de nokhoogte ligt maximaal 1 meter (3/4 dakpannen) boven de nokhoogte van de woning
de goot van de dakopbouw ligt onder de nok van de woning
breedte bij tussenwoningen: gelijk aan woningbreedte of tussen schoorstenen
bij hoekwoningen, twee-onder-één-kap-woningen en vrijstaande woningen: afstand tot zijrand(en) van het dak minimaal 50 centimeter
Verschijningsvorm
de dakhelling dient identiek te zijn aan die van het bestaande dak
gevelgeleding afgestemd op de gevelgeleding van het hoofdgebouw
lange zijde maximaal transparant
Materiaal, kleur en detaillering
afgestemd op de bestaande bebouwing en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter
zijwanden in een donkere kleur afgestemd op het omringende dakvlak.
Zijwanden in donkere kleur overeenkomstig het dakvlak.
Onderlinge afstemming per woonblok.
Gericht naar achterzijde