Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 06

Artikel 2.

DAKTOEVOEGINGEN

Onderdeel van Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Lopik

DAKKAPELLEN op dakvlak grenzend aan het voorerfgebied Algemeen: Dakkapellen zijn voor wat betreft positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering: ondergeschikt in het dakvlak afgestemd op de architectuur en kapvorm afgestemd op bestaande dakkapellen op de woning of op het bouwblok. Specifiek: Positionering in het onderste deel van het dakvlak rekening houden met gevelkozijnen bij boerderijen: op het voorhuis Maatvoering bescheiden en afgestemd op de maat en schaal van gevelelementen aan beide zijden van de dakkapel resteert (ruim) dakvlak , van minimaal 50 centimeter richtlijn hoogte: maximaal 1,75 meter richtlijn breedte: maximaal 50% van de breedte van het dakvlak Verschijningsvorm voorzijde maximaal transparant kozijnindeling afgestemd op de indeling van gevelkozijnen Materiaal, kleur en detaillering afgestemd op bestaande bebouwing en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter OPGETROKKEN GEVELDELEN Algemeen: Deze toevoegingen aan het dakvlak zijn voor wat betreft positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering: ondergeschikt in het dakvlak afgestemd op de architectuur en kapvorm afgestemd op bestaande soortgelijke toevoegingen op de woning of op het bouwblok Specifiek: Voor positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detailleringgelden gelden bovengenoemde criteria voor dakkapellen. Herhaling zelfde exemplaren behouden. Onderin dakvlak. Ondergeschikt aan dakvlak en afgestemd op architectuur. DAKOPBOUWEN Algemeen: Dakopbouwen zijn voor wat betreft positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering: gericht naar achterzijde ondergeschikt aan het hoofdgebouw afgestemd op het hoofdgebouw gelijkvormig aan eerder geplaatste dakopbouw op hetzelfde bouwblok, of op een soortgelijk bouwblok in de directe omgeving, en gerangschikt op dezelfde horizontale lijn Specifiek: Positionering bij een individueel hoofdgebouw gecentreerd in het dakvlak of afgestemd op de gevelgeleding Maatvoering de nokhoogte ligt maximaal 1 meter (3/4 dakpannen) boven de nokhoogte van de woning de goot van de dakopbouw ligt onder de nok van de woning breedte bij tussenwoningen: gelijk aan woningbreedte of tussen schoorstenen bij hoekwoningen, twee-onder-één-kap-woningen en vrijstaande woningen: afstand tot zijrand(en) van het dak minimaal 50 centimeter Verschijningsvorm de dakhelling dient identiek te zijn aan die van het bestaande dak gevelgeleding afgestemd op de gevelgeleding van het hoofdgebouw lange zijde maximaal transparant Materiaal, kleur en detaillering afgestemd op de bestaande bebouwing en bijdragend aan het gewenste ondergeschikte karakter zijwanden in een donkere kleur afgestemd op het omringende dakvlak. Zijwanden in donkere kleur overeenkomstig het dakvlak. Onderlinge afstemming per woonblok. Gericht naar achterzijde

Rechtspraak bij dit artikel