3.2.1 Uitnodiging voor gesprek
[Jeugdwet, Wmo, PW]
Een inwoner die zich heeft gemeld, krijgt een uitnodiging voor een gesprek met een medewerker. Het gesprek kan, naar inschatting van de medewerker en met instemming van de hulpvrager, telefonisch plaatsvinden.
In die uitnodiging maakt de medewerker duidelijk waar en wanneer het gesprek plaatsvindt, wie hierbij mag aansluiten en waarover het gesprek zal gaan. Ook geeft de medewerker informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen door een onafhankelijk deskundige (cliëntondersteuner) en de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen waarin de inwoner uitlegt hoe zijn persoonlijke situatie is en wat hij wil bereiken met zijn vraag (het persoonlijk plan).
3.2.2 Doel en procedure gesprek
[Wmo]
Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van het effect dat de inwoner wil bereiken en van zijn persoonlijke situatie. Het gesprek vindt plaats binnen 2 weken na de melding. Bij de start van het gesprek identificeert de inwoner zich met een geldig identiteitsbewijs. Als de inwoner een persoonlijk plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. Als de inwoner dat wil, kan hij iemand (bijvoorbeeld een familielid/mantelzorger) vragen om bij het gesprek aanwezig te zijn.
3.2.3 A Inhoud gesprek
[Jeugdwet, Wmo]
1. De medewerker bespreekt met de inwoner welk effect hij wil bereiken. In het gesprek tussen de medewerker, de inwoner en waar mogelijk de mantelzorger, familie of iemand uit het sociaal netwerk onderzoekt de medewerker:
a. de hulpvraag van de inwoner: wat is er nodig?; welke behoefte is er?
b. de persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect?
c. de (on)mogelijkheden van de inwoner: (hoe) kan de inwoner zelf bijdragen aan de oplossing van de hulpvraag?
d. de omgeving van de inwoner: wie zijn van betekenis voor de inwoner?; wie willen meedenken of meehelpen bij de hulpvraag? Hoe kunnen zij bijdragen aan het gewenste effect?
e. de mogelijkheden vanuit andere organisaties: zijn er andere partijen die kunnen bijdragen aan het beantwoorden van de hulpvraag?
2. De medewerker informeert de inwoner over de mogelijkheden van de gemeente om de hulpvraag van de inwoner te beantwoorden. Ook informeert de medewerker de inwoner over de mogelijkheden die er zijn om in bepaalde gevallen te kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb). De medewerker betrekt deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag.
3. Het is niet toegestaan dat de beoogd opdrachtnemer voor de ondersteuning bij het gesprek aanwezig is. Dit om belangenverstrengeling te voorkomen.
3.2.3 B Inhoud gesprek
Doel van het Gesprek is om samen met de inwoner een goed beeld te krijgen van de behoefte van de inwoner met betrekking tot inkomen en arbeidsinschakeling, zijn persoonlijke situatie, de (on)mogelijkheden van de inwoner en zijn omgeving om zelf bij te dragen aan de oplossing van het probleem en de mogelijkheden van de gemeente om de persoonlijke situatie van de inwoner te verbeteren.
[PW, IOAZ, IOAW]
3.2.4 Ondersteuningsplan
[Jeugdwet, Wmo]
1. Binnen zes weken na melding stuurt de medewerker van de gemeente de inwoner een verslag van de uitkomsten van het onderzoek naar de hulpvraag en naar de persoonlijke situatie van de inwoner. Dit is het ondersteuningsplan.
2. Binnen zes weken na melding stuurt de jeugd- en gezinswerker het indicatieadvies voor specialistische jeugdhulp naar de gemeente. De jeugd- en gezinswerker stelt samen met het gezin het indicatieadvies op dat naar de gemeente wordt gestuurd.
3. Als de medewerker meer informatie nodig heeft voor het ondersteuningsplan, waardoor het ondersteuningsplan niet binnen de hiervoor genoemde termijn kan worden toegestuurd, dan wordt de inwoner hierover geïnformeerd.
4. Uit het ondersteuningsplan blijkt welk effect de inwoner wil bereiken en hoe dat kan worden gerealiseerd. Indien de inwoner daarvoor een maatwerkvoorziening van de gemeente nodig heeft, staat opgenomen om welke voorziening het gaat en voor welke doelen de voorziening wordt ingezet.
5. Als de inwoner het niet eens is met het ondersteuningsplan, kan hij dat daarop aangeven en het voor gezien ondertekenen. De gemeente neemt de opmerkingen van de inwoner mee in de behandeling van de aanvraag.
6. Als de inwoner een maatwerkvoorziening van de gemeente nodig heeft, geeft hij dit aan door het ondersteuningsplan te ondertekenen en te sturen naar de gemeente. De gemeente ziet het ondertekende ondersteuningsplan dan als een aanvraag.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Stap 2: Gesprek na de melding
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022