3.3.1 Aanvraag
[Jeugdwet, Wmo, Awb]
Na de melding en het gesprek met de medewerker, kan de inwoner een aanvraag indienen. De aanvraag kan schriftelijk worden ingediend door het ondersteuningsplan of het indicatieadvies te ondertekenen en terug te sturen naar de gemeente. Bij jeugdhulp stuurt de jeugd- en gezinswerker het ondertekende indicatieadvies op naar de gemeente. Het doel van de aanvraag is te bepalen of de gemeente hulp verleent en welke vorm, duur en omvang die hulp dan heeft.
3.3.2 Aanvraag voor maatwerkvoorziening
[Jeugdwet, Wmo]
1. Vraagt de inwoner een maatwerkvoorziening, dan kent de gemeente die hulp toe in de volgende situatie:
a. De hulp noodzakelijk is om de hulpvraag van de inwoner te beantwoorden;
b. De hulp nodig is om (tenminste één van) de doelen van de in 2.1 genoemde wetten te bereiken;
c. De inwoner heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. Hij kan dit effect ook niet bereiken met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met hulp vanuit het sociale netwerk of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; en
d. De hulp past bij het gewenste effect en de persoonlijke situatie van de inwoner.
2. De maatwerkvoorziening is voldoende in inzet en van kwaliteit, zodat de inwoner het gewenste effect kan bereiken.
3. De gemeente kan een maatwerkvoorziening weigeren als de inwoner de hulpvraag had kunnen voorzien en kunnen voorkomen.
3.3.3 Advisering
[Jeugdwet, Wmo, Awb]
De gemeente zorgt ervoor dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt de kennis en deskundigheid heeft die nodig is om deze melding of aanvraag goed te kunnen behandelen. Als de medewerker die kennis niet heeft, zorgt de gemeente ervoor dat een onafhankelijke deskundige met de juiste kennis een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekt de gemeente bij de beoordeling van de aanvraag.
3.3.4 Beoordelen aanvraag
[Jeugdwet, Wmo, Awb]
1. Bij het beoordelen van de aanvraag betrekt de gemeente/Buurtzorg Jong (BZJ) alle gegevens die van belang zijn. Het gaat onder meer om gegevens over:
a. de behoeften en hulpvraag van de inwoner;
b. de persoonlijke situatie van de inwoner;
c. de omgeving van de inwoner (het sociale netwerk);
d. de (on)mogelijkheden van de inwoner;
e. de (on)mogelijkheden van de omgeving van de inwoner (het sociale netwerk);
f. de mogelijkheden van andere organisaties en de gemeente.
2. Om te bepalen of de gemeente hulp verleent, loopt de gemeente/BZJ de volgende onderdelen langs:
• De gemeente stelt vast wat de hulpvraag van de inwoner is;
• De gemeente onderzoekt wat de inwoner zelf kan doen om de hulpvraag te beantwoorden (eigen kracht), al dan niet met gebruikelijke hulp, hulp van anderen uit het sociale netwerk en van andere voorzieningen of organisaties.
• De gemeente bepaalt welke aanvullende hulp er dan nog nodig is om de hulpvraag te beantwoorden en het gewenste effect te bereiken.
3. Voor ieder onderdeel geldt, dat de gemeente/BZJ de deskundigheid inzet die nodig is om dat onderdeel goed te kunnen afronden. Is er bijzondere deskundigheid nodig, dan zet de gemeente/BZJ die in. De gemeente/BZJ stelt de inwoner op de hoogte van welke deskundigheid er op welk moment nodig is en ingezet wordt.
3.3.5Beslistermijn
[Jeugdwet, Wmo, Awb]
1. De gemeente beslist binnen 2 weken nadat de aanvraag is ontvangen.
2. De gemeente beslist op het advies van BZJ binnen 2 weken.
3. De beslistermijn kan schriftelijk uitgesteld worden als de inwoner niet voldoende gegevens heeft verstrekt of als de gemeente de aanvraag niet binnen de termijn kan behandelen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Stap 3: Aanvraag
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2022