We zijn in 2050 klimaatbestendig. In hoofdstuk 2 is onze ambitie voor wat betreft klimaatbestendigheid beschreven. In het GRP richten wij ons met name op het tegengaan van wateroverlast en het beperken van de gevolgen van droogte, als uitwerking van het verlagen van onze kwetsbaarheid op deze klimaatthema’s. In mindere mate geven we daar waar mogelijk ook invulling aan het tegengaan van hittestress. Wij geven hier op de volgende manier invulling aan.
Wij vinden het niet doelmatig om de capaciteit van de riolering onbeperkt te vergroten. Om de overlast tijdens hevige neerslag te voorkomen en te beperken beschouwen wij de gehele openbare inrichting. Dit betekent een verbreding ten opzichte van de traditionele en sectorale aanpak. Wij combineren deze werkzaamheden waar mogelijk met andere werkzaamheden in de openbare ruimte.
Water op straat komt in verschillende gradaties voor. Wij hanteren hierbij de volgende begrippen, dit is een aanscherping op hetgeen opgenomen in het vorig vGRP:
Gebeurtenis
Omschrijving
Voorbeeld
Hinder
Kortdurende periode (< 1 uur) en < 5 cm water op straat, geen materiële schade en beperking voor verkeer in woonstraten/bedrijventerreinen zijn marginaal
Ernstige Hinder
Forse hoeveelheden water op straat (> 10 cm; > 2 uur), opdrijvende putdeksels, geen materiële schade. Ernstige beperking voor verkeer en woonstraten/bedrijventerreinen. Beperking voor verkeer op hoofdverkeerroutes, winkelstraten, stadcentra en bij publieke diensten.
Overlast
‘water op straat’ (>15 cm) met als gevolg water in woningen of winkels, materiële schade en een ernstige beperking van het verkeer op hoofdverkeersroutes, winkelstraten, stadcentra en bij publieke diensten.
Klimaatbestendig zijn wil niet zeggen dat er nooit ernstige hinder of overlast (schade) op kan treden, dit kunnen wij ook niet garanderen. Bovendien hebben bewoners en bedrijven hierin ook een eigen handelingsperspectief omdat zij circa 60% van het stedelijk gebied bezitten/ beheren.
Wij streven de hierna volgende ambities na, deze ambities moeten wij nog verder uitwerken in de interne en externe dialogen, waarbij we ook ons handelingsperspectief nader invullen. Daarnaast moet het BRP nog input leveren in hoeverre wij dit kunnen garanderen en wat de risico’s zijn. Voor nu hanteren wij als het gaat over wateroverlast de volgende uitgangspunten:
Afvalwater op straat: Wij hebben de ambitie om geen afvalwater uit de (gemengde) riolering op straat te hebben bij bui T=2
- Wij toetsen de bestaande riolering op bui 8 (T =2 / 19,8 mm in 1 uur) in het BRP, daarnaast toetsen wij op een T=2 van de toekomst voor het bepalen van de potentiële knelpunten
- Nieuwe hemelwaterriolering dimensioneren wij op bui 9 (T=5 / 29,4 mm in 1 uur).
- Voor nieuwe vuilwaterriolering (waarop ook een deel van het dakoppervlak van de achterzijde woningen is aangesloten) willen wij geen uittredend afvalwater op straat bij bui10 (T=10 / 35,7 mm in 45 minuten)
Water op straat: Wij vinden water op straat bij een bui die 1 keer per 100 jaar voorkomt (T = 100, 70 mm in 1 uur) acceptabel, mits dit niet leidt tot schade aan gebouwen (door water afkomstig van de openbare ruimte). Wij toetsen de bestaande openbare inrichting op T=100 in een stresstest.
Verder geldt het volgende:
- Wij vinden het niet acceptabel dat bij bui T=2 meer dan 10 cm ‘schoon’ water op straat staat en/of dat bij T=10 de hulpdiensten niet kunnen rijden op de strooiroutes (>10 cm
- Wij vinden het niet wenselijk dat bij bui T=10 tunnels niet bruikbaar zijn
- Wij toetsen de bestaande inrichting hierop in het BRP (2D-berekening)
Handelperspectief: Om te voorkomen dat hinder verergert tot ernstige hinder of uiteindelijk overlast, monitoren wij de frequentie van hinder, ernstige hinder en overlast in relatie tot de gevallen neerslag en wij hanteren het volgende handelingsperspectief:
- Hinder: wij ondernemen geen actie, maar doen een beroep op het acceptatievermogen van de inwoners en aanpassing van hun gedrag, zoals het aanpassen van het rijgedrag om watergolven te voorkomen
- Ernstige hinder: wij treffen bij de uitvoering van overige maatregelen in de openbare ruimte maatregelen (meekoppelen) zodat de kans op optreden van ernstige hinder aanzienlijk kleiner wordt
- Overlast: ter voorkoming van structurele overlast onderzoeken wij de oorzaken en oplossingsrichtingen. Waar mogelijk koppelen we de maatregelen mee met overige werkzaamheden in de openbare ruimte. Om de acute risico’s op schade te beperken treffen wij zo nodig eerst tijdelijke bovengrondse kostenefficiënte maatregelen.
Inrichting openbare ruimte: Wij richten de openbare ruimte zo in zodat wij aan bovenstaande uitgangspunten voldoen. Deze werkzaamheden pakken wij op gelijktijdig met andere werkzaamheden in de openbare ruimte en is onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak. Wij houden hierbij rekening met het volgende dit nemen wij mee in de nog op te stellen hemelwaterstructuurkaart:
- Wij hanteren hierbij het credo ‘groen tenzij…’ en zetten hierbij in op blauwgroene voorzieningen
- Wij hanteren de afkoppelkaders zoals in paragraaf 4.1 beschreven
- Wij creëren geen problemen op lagergelegen locaties (als gevolg van oppervlakkige afstroming) en/of problemen door een hogere grondwaterstand (als gevolg van het infiltreren van hemelwater)
- We voorkomen eventuele verspreiding van verontreinigende stoffen in het milieu.
Bij afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater houden wij rekening met de voorkeursvolgorde voor verwijderen van afvalwater (artikel 29a Wm). Als voorkeursvolgorde voor de verwerking van hemelwater hanteren wij:
Hergebruik
Infiltreren
Bergen
Afvoeren naar oppervlaktewater
Afvoeren naar riolering
Bij intensief gebruik van terrein- en wegverhardingen streven wij naar de toepassing van zuiverende voorzieningen. Bij nieuwe inrichting van hoofdwegen en wegen en reconstructies op bedrijventerreinen passen we bij voorkeur een zuiverende voorziening toe (zoals een bodempassage). Onze ambitie is om de vervuiling zo geconcentreerd mogelijk te houden mits ruimtelijk inpasbaar
Waar mogelijk benutten we overvloedig hemelwater op locaties die gevoelig zijn voor droogte
Waar mogelijk zoeken wij naar oplossingen die ook bijdragen aan het tegengaan van hittestress en/of bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit
Inwoners en bedrijven: wij vinden dat inwoners en bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor het klimaatbestendig inrichten van het eigen perceel. Wij hanteren hierbij de volgende uitgangspunten:
Bestaande gebieden:
- Wij richten ons op stimuleren van het afkoppelen van hemelwater van de gemengde riolering door de continuering van de bestaande subsidie en de inzet van een afkoppelcoach (in samenwerking met duurzaamheid). De afkoppelcoach geeft voorlichting aan inwoners over afkoppelen, geeft intern advies bij rioolrenovaties en kijkt naar vergroeningsmogelijkheden, zie verder ook paragraaf 8.1.
- middels een gebiedsaanwijzing op de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad kunnen wij gebieden aanwijzen waar het lozen van hemelwater verboden is (bv de voorzijde van de woningen wanneer wij het openbaar gebied afkoppelen). Vooralsnog zijn er geen gebiedsaanwijzingen
Nieuwbouw:
- Het is verboden om vanaf een nieuw particuliere en projectmatig bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein
- De te realiseren hemelwatervoorziening dient minimaal 60 mm (per m² verhard oppervlak) te kunnen verwerken
- Indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod, ontheffing verlenen van het verbod
- Voor het oppervlak aan groen dak (in m²) eisen wij geen (aanvullende) hemelwatervoorziening omdat wij een groen dak zien als een vorm van waterberging
- Bij elke activiteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel van de eigenaar niet afnemen
- Het lozingsverbod geldt niet in geval van extreme neerslag (groter dan 60 mm). Het afvoeren van de overtollige extreme neerslag van de hemelwatervoorziening op eigen terrein en de gemeentelijke voorzieningen is alleen toegestaan na afstemming en met instemming van de beheerder en geschiedt bij voorkeur bovengronds
Dit hebben wij vastgelegd in onze Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad. Voor een toename van meer dan 500 m² verhard oppervlak moet voldaan worden aan het beleid van de beide waterschappen. Onderstaand zijn de verschillende uitgangspunten voor de volledigheid opgenomen.
Tabel 4.1 Uitgangspunten hemelwater bij nieuwbouw
Gemeente
Keur waterschap
Tot 500 m²
60 mm berging verplicht
500 m² - 10.000 m²
Toepassen rekenregel
Meer dan 10.000 m² of bij niet voldoen aan rekenregel
Toepassen beleidsregel
Toetsing huidige situatie
Binnen de samenwerking As50+ is een stresstest light uitgevoerd. In 2021 hebben wij vervolgens een klimaatimpactanalyse laten uitvoeren voor de thema’s wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. In een werksessie is opgehaald wat de specifieke knelpunten en kansen op het gebied van wateroverlast, hitte en droogte voor Veghel en Sint-Oedenrode zijn. In tabel 4.2 zijn de knelpunten en kansen weergegeven van het thema wateroverlast.
Tabel 4.2 Knelpunten en kansen thema wateroverlast (Bron: Impactanalyse Meierijstad, RHDHV, december 2020)
Knelpunten
Kansen
Veel woonstraten met weinig groen en slecht groeiende bomen
Herinrichting Markt (Sint-Oedenrode)
Weinig acceptatie van water op straat
Groene daken aanleggen
Weinig bergingsruimte riolering
Beleid verhardingen inpassen
Te veel verharding aanwezig in centrum en wijken
Hogere drempels plaatsen
Problematiek overstorten, ook in relatie met de waterkwaliteit
Acceptatie water op straat vergroten
Te weinig ruimte beschikbaar om iets te doen
Stimuleren verandering tuin naar meer onverhard (huurverlaging)
Speelplekken klimaatbestendig aanleggen
Meer berging aanleggen
Vergroening
Meer gebruik maken van klimaatstructuurkaarten
Subsidie groen beschikbaar maken voor waterberging en infiltratie
Kienehoef en Dommelrode
In het BRP vindt een verdere verdieping plaats op het thema wateroverlast en wordt bepaald waar bij hevige neerslag water op straat komt te staan. Deze inzichten gebruiken we voor het verder uitwerken van de gebiedsgerichte aanpak. Deze gegevens zijn op dit moment echter nog niet inzichtelijk maar komen in de loop van het eerste jaar van de planperiode beschikbaar.
Strategie / maatregelen
Klimaatmaatregelen: We blijven inzetten op het verder afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering. In het KDP is hiervoor budget opgenomen om alle gemengde riolering te vervangen door een gescheiden stelsel. Op basis van het BRP en het hemelwaterstuctuurplan vullen we de gebiedsgerichte aanpak verder in. Vooralsnog hebben wij geen extra budget gereserveerd voor het treffen van aanvullende maatregelen. Mocht uit het BRP of het hemelwaterstructuurplan aanvullende maatregelen noodzakelijk blijken, nemen we deze bij de eerstvolgende financiële actualisatie mee
Stimuleren particulier afkoppelen: zie paragraaf 8.1
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
We streven naar een klimaatrobuuste leefomgeving
Onderdeel van Programma Water en Riolering Meierijstad